Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

676

Q. Beeltsnijder, landschrijver van Drente, 1723 (I. 1350 noot).

R. Leycester, zie op Robert;

— Boelens, klerk b. h. landdrostambt van Drente, 1809(1.1628 noot);

— van den Boetselaer tot Toutenburg en Batingo (Boetzeluer), zie op Rutger ;

— van Echten tot Echten, zie op Rodolphus ;

— Eleveld, 1741 h '59 (I. 858 noot), 1749/55 (I 856);

— Camerlingh, schulte van Coevorden, z.j. (I. 963), 1673 (1.968 noot);

— Coops, overleden, 1798 (1.1430);

— Kuiper, 1759 (I. 912);

— Marissen, 1749/55 (I. 856);

— de Vos8 van Steenwijck tot Ansseu, zie op Reynolt.

Reyner (Reinder),

— Boncken, 1543/6 (I. 665 noot);

— Berents Klinker, 1808 (I. 1741 noot c);

— Luichies, 1807 (I. 1740 noot a).

Reynolt (Reint, Reinolt),

— van Bourmannia (Burmannia), drost van Coevorden en Drente, 1541 (R. 108), 1556 (I. 333 noot, R. 122);

— de Vos (Yoss) van Steenwyck (Steenwick, Steenwijck), drost van Coevorden en Drente, 1598 (1.705 noot)-, zonder titel, 1599 (I. 1772 noot 4); (jhr.) R. d. V. v. S. tot Ansen, rentmeester der domeinen van Drente, 1617 (I. 1070); zonder titel 1629 (I. 372);

— de Sijgers, jhr. —, 1646 (I. 881 noot).

Reinder, zie op Reyner.

Reinolt ) . n ^

„ . > zie op Reynolt.

Reint ) r 3

Remboldus, pastoor van Odoorn, 1327 (R. 39).

Robert, graaf van Leycester, gouverneur en kapitein-generaal der Vereen. Ned. provinciën, 1586 (I. 1226 noot)-, en „bannderrheere" van Denbigh en r luitenant" v. d. koningin v. Engeland, 1586 (R. 150);

— de Bouloigne, raad en ontvangergeneraal van 's keizers financiën, 1548 (R. 111).

Rodolphus (Rolof, Roedolph, Roeloff, Roloö', Roloffh. Roeleff, Roelof, Roleff, Rudolf),

—, bisschop van Utrecht, 1447 (I. 186, 187; R. 85);

—,pastoor van Gieten, 1327 (R. 39);

— Brouckmans (Broeckmans), 1637/8 (I. 1732);

— van Echten (tot Echten), (jhr.)

1616 (I. 378 noot, 1053 noot); gedeputeerde van Drente, 1620 (I. 1343), 1620 a '23 (I. 1054 noot); zonder titel, 1623 (I. 483), 1624 (I. 1800 noot), 1626 (I. 742), 1629 (1. 83 noot) \ drost van Drente, overleden, 1643 (I 709 noot); — heer van Echten, 1677/80 (I. 750), 1680/1 (I. 751); — 1765 (I. 754); zonder titel, 1782 (I. 776 noot).

— Hendriks, 1790 (I. 955);

— Hoenrekinck, overleden, 1565 (I. 686, R. 132);

— Husinge, 1476 (R. 89*); schulte van Emmen, 1482 (R. 92);

Sluiten