Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Carel van Mander.

Het kan niet in mijn bedoeling liggen hier nogmaals een biografie van den schilder-schrijver Carel van Mander te willen geven. Ik zou immers niets nieuws kunnen meedeelen, niets, dan wat vóór dezen ook niet reeds gezegd is; sterker zelfs: weinig meer dan wat vóór bijkans drie eeuwen reeds bekend is geweest. Want moge door G. J. Burman-Becker *) veel over van Mander's nakomelingschap aan het licht zijn gebracht, door hem zelfs een achter-achterkleinzoon van onzen schilder, een Carel van Mander V opgespoord zijn 2), — wat ónzen Carel van Mander aangaat, zou ieder, die zich tot het schrijven van zijn biografie zetten wilde, het verstandigst doen met een eenvoudige verwijzing naar den tweeden druk van het Schilderboeck, waaruit alle volgende levensbeschrijvingen haar oorsprong namen.

Welkom en belangrijk tevens is dit levensbericht, twaalf jaren na het overlijden door vriendenhand te boek gesteld. Niet alleen voor ons, het verre nageslacht. Maar, ook door van Mander's tijdgenooten op waarde geschat, werd, reeds zes jaren na het verschijnen van genoemden tweeden druk, het levensbericht afzonderlijk ter perse gelegd. Wel is waar zouden wij thans die gelegenheid aangegrepen hebben meerdere bijzonderheden aangaande leven en werken van den afgestorvene te publiceeren; zou een slaafsche herdruk ons niet bevredigen. Doch, teekent dit verzuim die tijden, als blijk van erkenning en waardeering

») Kronijk v. h. Hist. Genootsch. te Utrecht III 1856, bldz. 62 en 1857 bldz. 326.

2) Zie ook Obreen's Archief I bldz. 294.

Sluiten