Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ons door Leopold Plettinck geschonken werd, getiteld: „Studiën over het leven en werken van Karei van Mander," Gent 1887 (2e druk). Indien er nog een bevestiging voor mijn beweren noodig ware, dat de levensbeschrijving van 1618 eigenlijk de eenige bron is, waaruit latere schrijvers hunne gegevens putten, dan zou een bewijs uit dit werkje gegeven kunnen worden. Evenals de Jongh levert Plettinck hier een overzetting in moderner Hollandsch, meer niet. Kritisch-wetenschappelijk is zij evenmin ; men^eze slechts (blz. 8): „Ons eigen oordeel hebben ^ij hier nooit willen vooruitzetten; wij geven alleen de meeningen van bevoegde mannen."

Een nog moderner omzetting te leveren, met de bewustheid, dat ik geen andere, nieuwe gegevens aan de algemeen bekende vermag toe te voegen, kan dus niet in mijn bedoeling liggen. Een dergelijk excerpt zou al evenmin eenige aantrekkelijkheid hebben als een résumé van de over dit onderwerp bestaande literatuur.

*

* *

Daar de volgende bladzijden eenig licht zullen trachten te werpen op de waarschijnlijke wordingsgeschiedenis van van Mander's belangrijkst biografisch werk, is de gedachte bij mij opgekomen de levensbeschrijving van den auteur aldus in te richten, dat niet in de eerste plaats het volle licht valle op de persoonlijkheid en werken van van Mander, als wel op diens relaties met zijn tijdgenooten. Dat dus de gegevens zóó gerangschikt worden, dat hier reeds de weg gebaand wordt tot het onderzoek omtrent degenen met wien van Mander in aanraking kwam.

Want wanneer wij eenmaal weten, dat van Mander vooral en vóór alles inlichtingen zocht te bekomen bij nabestaanden, vrienden, leermeesters en leerlingen, zijn bronnen dus verreweg voor het grootste deel levende personen waren, dan moet wel in de allereerste plaats nagegaan worden, hoe en wanneer die relaties in binnen- en buitenland aangeknoopt werden. Ik meen dus, dat men van Mander's levensbeschrijving dienstbaar maken kan aan de beantwoording van deze vraag: „hoe, waar en

Sluiten