Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze wijdloopige titel is gegraveerd op het titelvignet, geteekend door van Mander zeiven, gesneden door J. Matham. Boven, ter weerzijden van den gevleugelden stier en het wapen van het Sint Lucasgilde, twee vrouwenfiguren: Pictura (rechts) en de Aarde (links). Respectievelijk rechts en links daaronder een Fama- en een Cliofiguur.

Tegenover het „Extract oft Copie van de Privilegie" aan de keerzijde, komt het portret van den auteur, gesneden door J. Saenredam naar Hendrik Goltzius: borstbeeld, het gezicht naar rechts gekeerd, niet geheel en face. Op het voetstuk: „An° 1604". — Dit alles in medaljon; in de lijst: „Mensch soeckt veel, doch een is noodich", van Mander's zinspreuk. Onder het borstbeeld en medaljon: „ Caerle ver mander van Molebeke in Vlaender, schilder. Aetat. 56." — In den rechter en linker bovenhoek een zwaan, een kroon om den hals, figuren klaarblijkelijk ontleend aan- en duidend op van Mander's familiewapen.

Daarop volgt:

i°. De opdracht van „ Den Grondt der Edelvry Schilder co Jist" aan Melchior Wyntgis en de „Voorredenbenevens 28 lofdichten van kennissen en vrienden, tezamen 28 bladzijden. Hierna het gedicht zelf van fol. 1 tot fol. 58.

2°. „Het leven der oude Antycke doorluchtighe Schilders", van fol. 58—fol. 91, opgedragen aan Jaques Razet; gedrukt 1603.

3°. „Het leven der moderne / Italiaensche Schilders", van fol. 91—fol. 196, opgedragen aan Bartholomeus Ferreris; gedrukt 1603.

40. Het voor ons meest gewichtige deel, waarvan de volledige titel luidt:

') Zie 2e druk L. Plettinck, Studiën over K. v. Mander, 1887, waar in kleurendruk het wapen der familie van Mander gereproduceerd is bldz. 12—13. >Zie óok bij Vorst er man van O yen. Stam en Wapenboek. D. II. 257—260.

Sluiten