Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Mander heeft enkele gegevens onbenut gelaten. Vooral in de levensbeschrijving van Marcantonio (IX p. 256—299), waar de gravures van Jeroon Cock naar schilderijen van Heemskerck en Frans Floris opgenoemd worden, komen deze onbenutte bijzonderheden voor. Ook gravures naar Hieronymus Bosch (van Aken) worden hier genoemd, die van Mander stilzwijgend voorbijgaat. Verder missen wij het belangrijke werk van van der Goes in S. Maria Nuova te Florence, dat van Mander aan Vasari had kunnen ontleenen. Ook de uit Guicciardini overgenomen passage, waarin Joos van Cleve als schilder van den koning van Frankrijk (XIII p. 150) wordt genoemd, werd niet benut. Evenmin bijzonderheden omtrent Coxie (zie bldz. 51). Ten slotte nog eenige namen, als Hans (Memling), 1 ieter Christophasen, Simon Bening, die wij bij van Mander niet aantreffen. Met opzet (zie bldz. 30) liet van Mander de

namen der vier schilderessen , ook bij Guicciardini genoemd, weg.

*

* *

Behalve enkele namen van schilders, die uitgebreider bij van Mander behandeld worden, zijn de volgende plaatsen aan Vasari ontleend:

Blondeel [Lancelot]

fol. 204^—205^.

„Hij was een wonder verstandigh Man in Metselrye / en Antycke ruinen en van branden in der nacht teeckenen en dergelijcke ... ."

XIII p. 151.

„ Lancilloto è stato eccellente in far fuochi, notti, splendori, diavoli e cose somiglianti."

cf. Guicciardini:

mirabile nel far apparire un fuoco vive, et naturale, come

1'incendio di Troia et simili cose."

Coecke [Pieter — van Aalst] fol. 218a,

Sluiten