Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deden / bevlijtighde hem in al zijn doen het leven nae te volghen."

IX p. 261.

,,a dare opera alle medesime stampe, cercando d'imitar il vivo ...

fol. 209b:

,,.... den verloren soon / daer hij om hoogh siende sit gheknielt bij de verrekens .. .."

IX p. 261.

„ . ... ed in un altra il Figluol prodigo, il quale stando a uso di villano ginocchioni con le mani incrocicchiato, guanda il cielo, mentre certi porei mangiando in un trogoio...."

Overigens noemen Vasari en van Mander geheel verschillende prenten van Diirer op. Hoogstwaarschijnlijk werd van Mander dan ook gedeeltelijk door Goltzius, gedeeltelijk door eigen aanschouwing bij de beschrijving en opsomming dezer prenten geleid.

van Eyck [Jan en Hubert]

fol. 199$:

Zeer duidelijk is de algeheele afhankelijkheid in het verhaal over de ontdekking der olieverf, feitelijk een vertaling uit Vasari's „Vita di Antonello da Messina" (IV p. 75 —76). Hetzelfde vindt men bij van Mander bij de Italiaansche schilders.

Ook Vaernewyck, Guicciardini en Lucas de Heere zijn klaarblijkelijk door Vasari ingelicht.

fol. 200a:

„.... dese twee ghebroeders' hebben desen nieuwen vondt nouw en stil verborghen gehouden ".

IV p. 77:

e massimamente, che egli per un tempo non volle

Sluiten