Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verhaal in den tekst van Massys' veranderen van stiel berust op Lampsonius, die zegt:

„ Ante faber fueram Cyclopaeus ....

Pictorem me fecit amor.... etc."

Uit andere bron werkt van Mander een soortgelijk verhaal tusschen deze gegevens door (zie bldz. 48).

Patenier [Joachim]

fol. 219a.

10-Regelig vers.

Bij Lampsonius n°. 8.

In den tekst werd aan het lofdicht ontleend:

„Ten tijde doe Albert Durer t'Antwerpen was / hebbende groot behaghen in de handelinghe van Patenier, conterfeytte hy hem op een Leye / oft misschien een Tafelet / met een coperen stift / seer uytnemende ghedaen."

Lampsonius:

. tuam Durerus admirans manum Dum rura pingis et casas, ')

Olim exaravit in palimpsesto tuas Vultus ahena cuspide ...."

„Tot hem spreeckt den gheleerden Lampsonius onder een conterfeytsel / dat den Hoornschen Cornelis Cort (dien hij Curtius noemt) nae t'ghene Albert Durer dede / heeft seer constich ghesneden ...."

Lampsonius:

„.... quod illani Curtij In aere dextra incidit...."

Dürer noemt Patenier in zijn reisbeschrijving een goed landschapschilder.

') De woorden, waarmee van Mander Patenier's genre teekent, bewijzen, dat hij dezen zelf als landschapschilder kende.

Sluiten