Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van der Weyden [Rogier]

fol. 207a

16-Regelig vers.

Bij Lampsonius n°. 3.

In den tekst: .. . is tot grooten rijckdom ghecomen / heeft den armen veel aelmoesen bestelt."

Lampsonius:

„ ... tua, de partis pingendo extrema voluntas

Perpetua est inopum quod medivina fami."

*

* *

Niet opgenomen werden de lofdichten op Bernard d'Orley, n°. 5 (6); Jan Gossaert, n°. 7; Lambert Lombardus, n°. 18; enjeroon Koek, n°. 23.

Desniettemin ontleende van Mander het volgende aan deze lofdichten:

d'Orley [Bernard]

fol. 211 a:

„Hij is gheweest in dienst van Vrouw Margriete / die t'zijnen tijde de Nederlandë gouverneerde."

Lampsonius:

„Quam tibi quod carus Belgarum Margari rectrix etc."

fol. 211 a:

„Hy heeft voor Vrouw Margriete.... veel heerlijcke schoon patronen van tapijten gheteyekent.... en wierden seer heerlijck van betaelt."

Lampsonius:

„ [Bernardo] .. .. Attalicas doctissimo pingere vestes."

en

„Aurea peniculis te dante manubria, et aureos Saepe tulit, cusum paulo ante numisma, Philippos."

Verder schrijft van Mander nog: „Syn gheboort en sterf-tijt heb ick niet connen vernemen, dewijle eenigh schrijver niet

Sluiten