Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pieter Coecke van Aalst.

Op verscheiden plaatsen maakt van Mander melding van Pieter Coecke en diens ,, metselrye-boecken."

Een enkele maal doet hij dit, zijn gegevens puttend uit de titels der genoemde werken.

Zoo fol. 218b\ heeft de Boeckë van Sebastiaan Serlij

in onse spraeck vertaelt.... etc." — „In dezen tijdt / weten in 't Jaer 1549 maeckte hij de Boecken van de Metselarye.... etc." — „Zijn Weduwe Maeyken Verhulst gaf zijn naegelaten Metselrye Boecken uyt in 't Jaer 1553." — „Hy is oock schilder gheweest van der keyserlijcke Majesteit Caroli Quinti."

Men vindt deze gegevens terug in de titels der vijf boeken van Vitruvius, !) uitgegeven door Coecke.

Zoo b.v. de titel van het eerste boek: „Den eersten boeck van Architecturen Sebastiani Serlij .... Overgesedt wten Italiaensche in Nederlandts duer Peter Coecke van Aelst, doen ter tijt schildere der K. Maiesteyt.... nu eerst wt laten gaen duer Mayken Verhulst, weduwe des selven Peters voers, int Jaer M.D.LIII."

Zoo in den titel van het 4e boek, waaraan van Mander het jaartal 1549 ontleende, blijkens: „.... van den Auteur gebetert Anno MDXXXXIX.

Blijkens een plaats in het Leven van Vredeman de Vries

') De werken van Vitruvius zijn zeer uitvoerig besproken door Max Bach; „Die illustrierten Vitruv-Ausgaben des XVI Jahrh." in Zeitschrift ftlr Bücherfreunde 4e Jg. (1900) n°. 2 seqq.

Sluiten