Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volledigheidshalve zij hier nog melding gemaakt van de gedrukte werken, die alleen zoo verre tot van Manders bronnen kunnen gerekend worden, dat hij deze op te noemen weet als producten van werkzaamheid der door hem behandelde schilders.

George Braun.

Reeds Fetis besprak in het ie deel van zijn ,, Artistes beiges a 1'étranger" (1857) het interessante werk van George Braun en diens staf van teekenaars, waaronder Joris Hoefnagel zeker een eerste plaats toekomt.

Van Mander laat er zich aldus over uit:

fol. 262^: (Hoefnagel) begaf hem nu tot reysen / en

Landen te besoecken / (en) maakte een heel groot Boeck van al wat hij over al seldsaems vondt of sagh . . .. etc." en „hij was overal doende / hij teyckende alle steden en Casteelen nae t'leven, alderley cleedinghen en drachten / ghelyck in een Boeck te sien is j die met ghedrucktc steden uytcomt.... etc."

Bedoeld is de „Civitates orbis terrarum" van 1572 — 1618 in zes boeken verschenen.

Van deze zes boeken heeft van Mander hoogstwaarschijnlijk alleen de eerste twee gekend, die gezamenlijk tusschen 1572 en 1575 in het Latijn verschenen. J) En van die twee is alleen het gebruik van het IIe boek nawijsbaar. Opmerkelijk is dan ook, dat van Mander tot twee malen toe spreekt van „een Boeck."

Zeker is, dat hij noch de P'ransche vertaling der eerste drie boeken van 1580—1583 2), noch de latere latijnsche uitgaaf

') De voorrede van B. I is gedateerd 1572, van B. II 1575; het privilegie is voor beiden van 1574.

2) De Fransche vertaling bevat een voorrede van Braun, geda-

Sluiten