Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er bij gevoegd wordt, dat de oude Cornelis Engelbrechtsz.

„ noch twee sonen schilders hadde tytgenooten van Lucas."

Voor berichten omtrent Lucas van Leiden, zie men nog onder Lucas Damessen en Johan de Hooy.

Niet onwaarschijnlijk, hoewel ik geen bepaalde aanwijzingen vond, lijkt me, dat uit dezelfde bron eenige mededeelingen uit het Leven van den Leidschen schilder Aert Claesz. afkomstig zijn (fol. 236# en 238a). Meegedeeld wordt o. a., dat Aert leerling werd bij den ouden Cornelis Engelbrechtsz. >)

Hoe dit dus zij, ontegenzeggelijk bestaat er zeer groote waarschijnlijkheid voor de veronderstelling, dat Aechtgen Cornelis de volgende inlichtingen verschafte:

Over Cornelis Engelbrechtsz. 2) (fol. 210a), „hij was gheboren in 't Jaer 1468 binnen de Stadt Leyden", en zijn sterfdag: (fol. 211 a) „ hy is overleden te Leyden / in 't Jaer 1533 » °"dt wesende vyf en tsestigh Jaer." Verder nog inlichtingen omtrent schilderwerk voor de familie Lochorst.

I'ieter Cornelisz. Kunst „was een glaesschryver 3) / daer Lucas (van Leiden) voornoemt veel gemeensaem mede was in de oeffeninge der Teycken-Const."

Cornelis Cornelisz. Kunst (fol. 217#): „hy was gheboren te Leyden in 't Jaer J493" — „hy is ghestorven in 't Jaer 1544, oudt 51 Jaer." — Bovendien de mededeeling, dat hij heen en weer Leiden—Brugge reisde om in laatstgenoemde plaats geld te verdienen, hetgeen te Leiden niet best gelukken wilde. 4)

Lucas Cornelis de Kok (fol. 217^): „hij heeft de Const oock by Cornelis Engelbrechtsz. zynen Vader gheleert, en was

') Ook in het Leven van Aert Claesz. wordt toespeling gemaakt op het slecht geIdverdienen te Leiden. (Zie fol. 237b).

2) Franz D til berg: Die Leydener Malerschule II, C. Engelbrechtsz. — Berlin 1899.

■') Cf. fol. 211 b in het Leven van Lucas van Leiden: „Zyn ghesellen waren jonghe schilders / Glaesschrijvers en Goudtsmeden ...."

4) Zie noot 1.

Sluiten