Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilders en de oude Haarlemse he school putte.

Hoogstwaarschijnlijk beperken zich dus deze inlichtingen niet tot Ou water en Geertgen van St. Jans, maar strekken zij zich ook uit over Dirk Bouts, in wiens levensbeschrijving ook beide bovengenoemde schilders genoemd worden. Evenals in het Leven van Ouwater wordt hier (fol. 206a) gewezen op een oud gerucht, volgens hetwelk reeds vroeg te Haarlem de schilderkunst beoefend werd. Misschien ook heeft van Mander de vermelding der drie oude Haarlemsche schilders: J a n van Hemsen, Jan Mandijn en Volckert Claesz. (fol. 205a) aan onzen zegsman te danken. Opmerkelijk is, dat de genoemde zes Haarlemsche schilders achter elkaar behandeld worden.

Behalve voor deze oudere school, verschafte Albert Simonsz. waarschijnlijk ook nog inlichtingen over jongere Haarlemsche schilders, b.v. van Scorel, Heemskerck.

Bepaaldelijk wil ik nog even wijzen op zijn leermeester ] a n M o start: ook voor het Leven van dezen schilder werden bij de genoemde bron inlichtingen ingewonnen. Vooral lette men op de hierboven in extenso aangehaalde plaats, waar de getuigenis van Jan Mostart over Ouwater door den mond van Albert Simonsz. overgeleverd werd; zoo ook het verhaal van een bezoek van den graaf van Buren (fol. 229a) aan Mostart, wegens de daarin voorkomende zin: „de knechten zijn Discipelen geboodt hij hen te helpen etc."

Andere bronnen voor het Leven van Jan Mostart waren Rauwert en Niclaes Suycker (zie onder deze namen.)

Aert Pietersz. (fol. 244b). Zie onder Pieter Aertsen.

van Aken [Hans] (fol. 289a 291^).

Wanneer van Mander aan het slot van zijn boek den lezer zijne verontschuldigingen aanbiedt, omdat hij soms genoodzaakt was geweest een schilder later te behandelen, dan deze naar

Sluiten