Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cornelis Claesz. (fol. 3<xw)

behoort tot de jonge schilders, die van Mander te Haarlem heeft gekend.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem (fol. 292^ -293^. De bekende vriend van van Mander te Haarlem. Het verhaal, hoe hij te Haarlem kwam, leerling werd van Pieter Pietersz., zijn geboortedag enz. is zonder twijfel van hem zei ven afkomstig. Ook kan hij inlichtingen over Antwerpsche schilders gegeven hebben, daar hij -J- 1580 te Antwerpen bij Cognet leerde. Van Mander heeft hem, blijkens fol. 292# eerst te Haarlem leeren kennen.

Damessen [Lucas] (fol. 214^).

Lucas van Leiden ,,hadde maer een eenighe dochter dewelcke neghen dagen vóór des Vaders overlijden baerde eenen soon .... Dese zijn dochters zoon, Lucas Damessen is ghestorven t'Wtrecht, A° 1604 oudt 71 jaren."

Van Mander zal niet nagelaten hebben een zóó gewichtige bron voor Lucas van Leiden te raadplegen. Lucas' sterfdag ('533) b.v. is uit boven geciteerde regels gemakkelijk af te leiden. Voor Lucas van Leiden , zie ook onder Aechtgen Cornelis.

De moeder van Lucas Damessen heeft dan de verhalen over haar vader aan haar zoon overgeleverd. Men vergelijke fol. 212^: ,,ick hebbe oock verstaen , dat zijn dochter soude getuyght hebben dat hij groote hoopen Printen verbrandt heeft."

Dirk Barentsen (fol. 259^).

Diens dochter woonde in 1604 nog te Amsterdam. Bij haar zag van Mander Barentsen's portret en dat zijner vrouw. Daar van Mander nauwkeurig datum van geboorte en overlijden (11'592 ontrent Pinxter ) weet op te geven, ligt het vermoeden voor de hand, dat deze dochter inlichtingen over haren vader zal hebben verstrekt.

10

Sluiten