Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien behoort onder dezen ook Geldorp Gortzius te Keulen.

Niet alleen deze reisherinneringen, maar ook andere gegevens over Goltzius' leermeesters Coornhert en Philips Galle stonden van Mander ten dienste. Ook Goltzius' belangrijke collectie gravures stelde van Mander in staat een groot aantal prenten op te noemen.

Uit deze zeker onvolledige lijst zal m. i. voldoende blijken welke onschatbare diensten de vriendschap, die volgens van Mander's eigen woorden reeds meer dan twintig jaren duurde, aan den schrijver bewezen heeft.

Grobber [Frans Pietersz.] (fol. 300*2)

een jong Hollandsch schilder te Haarlem van van Mander's kennis.

de Heere [Lucas] (fol. 2550—256$).

In hoeverre diens mondelinge inlichtingen bronnen voor van Mander geworden zijn, is niet met zekerheid te zeggen. ') Slechts kort genoot van Mander bij hem onderwijs en reeds in 1583 overleed Lucas. Wat hij van hem vertelt, berust vrij wel op eigen herinnering.

Daar de Heere in de leer kwam bij Frans Floris „wesende groot vriendt van zijn Vader", lijkt het mij niet onwaarschijnlijk, dat menige anecdote.op rekening van Floris gesteld, hem door zijn leermeester meegedeeld is. Men zie over dezen „vroolijken Frans" ook onder Pieter Vlerick en „Eigen Herinneringen".

van der Heek [Jaques] (fol. 247a).

Zooals uit van der Willigen, Haarlemsche schilders

!) Men zie b.v. wat Walpole: Anecdotes (uitg. 1862) II p. 153 zegt: Carel Vermander, his scholar, who has given the lives of those masters (the Flemish painters), learned many anecdotes of our Eug'ish painters from Lucas." (?)

Over Lucas de Heere: L. Cust A Notice of the Life & works of Lucas d'Heere, Westminster 1894. — Ook het artikel in National Biografy van en over den zelfde.

Sluiten