Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naghel [Jan]. Zie onder Nicolaas van der Heek (bldz. 150.)

van Nieuwlandt [Guillaume] (fol. 292a).

Een leerling van Paulus Bril te Rome, die in 1604 te Amsterdam woonde. Daar van Mander mededeelingen doet betreffende Bril's werkzaamheden te Rome uit de laatste jaren (1602), is het wel waarschijnlijk, dat deze inlichtingen van genoemden leerling afkomstig zijn.

Pieter Isaacs (fol. 2906).

Deze leerling van Hans van Aken woonde in 1604 te Amsterdam, nadat hij in gezelschap van dezen in Italië en Duitschland gereisd en gewerkt had. Daar ook eenige malen zijn naam genoemd wordt bij de vermelding van van Aken's schilderijen, in de verzameling van Pieter Isaacs door van Mander gezien, is het m. i. duidelijk, dat van Mander van hem inlichtingen bekwam over van Aken, misschien zelfs door zijn tusschenkomst persoonlijk door van Aken zeiven is kunnen ingelicht worden.

Pieter Pietersz. (fol. 244^).

De zoon van Pieter Aertsen, die is ,,ghestorven t' Amsterdam int Iaer 1603 oudt 62 Iaer," was leermeester van van Mander's vriend Cornelis Cornelisz (fol. 292^) en daar van Mander van hem getuigt ,,hy was een man van groot onthoudt," ligt het wel voor de hand, dat hij van Mander inlichtingen gegeven heeft over zijn vader.

Van Mander kende ook den tweeden zoon Aert Pietersz.; inlichtingen over Pieter Aertsen gaf hem ook Jacob Rauwert (zie bldz. 156).

Verder wordt fol. 238# verteld, „dat Joachim Beuckelaer hadde t' gheluck dat zijn moeye is gheworden d' huysvrouwe van Pieter Aertsen die welcken hem was eenen

Sluiten