Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vredeman de Vries [Johan] (fol. 264a seqq).

De opgave van talrijke schilderijen, schilderwerk enz. van Vredeman in het buitenland (Dantzig, Brunswijk, Hamburg, Praag, Weenen, Mechelen, Antwerpen) doen vermoeden, dat van Mander door dezen schilder persoonlijk ingelicht werd, waarschijnlijk toen Vredeman in 1603 te Amsterdam vertoefde (fol. 26ja).

Doch niet alleen over zich zeiven en zijn eigen werken heeft Vredeman van Mander ingelicht; waarschijnlijk zijn ook de berichten over Lucas en Marten van Valckenborgh en Hendrik van Steenwijk (bij wien Jaques de Backer leerde: fol. 231£ — 232^) afkomstig uit genoemde bron. Want in hunne Levens (fol. 259a en 261 b) wordt er melding van gemaakt, dat „sy met oock Hans de Vries trocken nae Aken en Luyck" om in 1566 ,, de wreetheyt van den Constvyandigen Mars te wijeken."

Ook vermoed ik, dat de opsomming van Mechelsche schilders (fol. 228a) kan te danken zijn aan Vredeman, die langen tijd en herhaalde malen aldaar werkte. Men vergelijke ook de plaatsen , waar van Marcus Willems (fol. 228^) wordt verteld, dat hij in 1549 medewerkte aan het oprichten van triumfbogen voor den intocht van Philips II in Mechelen en (fol. 266a) waar hetzelfde van Vredeman is meegedeeld.

In het Leven van Willem Key wordt fol. 232^ verteld, dat hij te Antwerpen woonde „in een groot schoon huys, etc.", terwijl fol. 266a van Vredeman gezegd wordt, „dat hij t'Antwerpen gecomen wesende / maeckte voor Willem Key een 1'erspect / als een houten 1'ortael in zijnen Hof." De mogelijkheid bestaat, dat van Mander de bijzonderheden over Key's huis, misschien ook over Key's overlijden van Vredeman vernomen heeft.

Vredeman de Vries [Paulus] (fol. 267a).

De zoon van den voorgaande. Deze woonde in 1604 te Amsterdam. De opsomming van diens werken te Praag en Weenen

11

Sluiten