Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fol. 20jb. In een schilderij van Jacob Cornelisz. van Oostzanen zag van Mander het jaartal 1517 staan. Hij concludeert nu, niet wetend wanneer deze meester geboren is: „waar by te zien is, wanneer hy gebloeyt en in de Const is blinckende gheweest."

In het Leven van Ketel (fol. 274b—2800) komen een zestiental versjes van Ketel voor, die deze ter verklaring bij zijn teeken- en schilderwerk voegde.

Verscheiden malen berekent van Mander den leeftijd van Lucas van Leiden uit de jaartallen, die op diens prenten staan. Zoo b.v. fol. 211^: „Doe hy 14 Jaré oudt was / sneedt hy een Historie / daer Machomet door dronckenschap eenë Monnick hadde vermoort / gelyck het blijckt aen de datum van 8. Een Jaer daer naer / dat is / in 't Jaer 9, doe hy 15 Jaer was, snee hy verscheydë dingen.... enz."

Een aardig voorbeeld, hoe van Mander woekert met zijn gegevens, vindt men in het Leven van Jan van Scorel (fol. 236^). Antoni Moro schilderde in 1560 het portret van zijn leermeester, die „is ghestorven in 't Jaer 1562, den 6e December, oudt 67 Jaer." Van Mander vervolgt: „onder dit conterfeytsel staet gheschreven: (een latijnsch distichon) Ant. Morus. 1'hi. Hisp. Regis Pictor. Io. Schorelio 1'ict. F. A° MDLX. Epitaphium: (Io. Schorel).... Vixit annos 67. menses 4. dies 6. Obijt a nato Christo, A° 1562 6 Decembris." Welnu, van Mander gaat met behulp van al deze gegevens op den dag af, uitrekenen wanneer Scorel geboren is en vertelt 4 folio's (264^) vóór hij het epitaphium meedeelt, dat Scorel „was geboren in 't Jaer 1495 den eersten dag van Ougst."

Voor het Leven van Johan van der Straeten heeft van Mander gebruik gemaakt van het opschrift eener serie gravures door Galle gesneden, welke titel door hem vertaald is te pas gebracht.

Sluiten