Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Klein stukje, aldus beschreven: „voor aen eenige Indiaensche kieck-hoornen en schulpen / waer op rusten oft ligghen eenighe Zee-Goden / en Godinnen / in 't verschiet de Zee / en in 't cleyn Andromeda, daer Perseus haer verlost."

* „Seer aerdighe Landtschappen."

Zonder verdere aanduiding dan zéér in 't algemeene. Toch zag van Mander ze ws. zelf ,, by den Constbeminders.'

„Verscheyd^n dinghcn .... gheteyckent met de Pen / en daernae met wit en swart / van oly-verwe geschildert." * Gegraveerd door Joan Muller en Saenredam. ')

Blondeel (Lancclot). [fol. 205a].

Van hem weet van Mander te vertellen, dat hij was „een verstandigh man in Metselrye / en Antijcke ruinen / en van branden in de nacht tecckenen." Ws. steunt zijn zeggen op Vasari (zie bldz. 50). Ook kent hij Blondeel's naamteeken: een troffel.

Er is een stuk met metselrije in bruikleen in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Boels (Frans), [fol. 206b\

„Seer nette Landtschapkens van Verlichterye."

Bol (Hans), [fol. 26oab\

Landschappen, te Mechelen gedaan in waterwerf.

* „d'Historie oft Fabel van Dedalus en Icarus." Bij van Mander's neef „Mr. Jan v. d. Mander / nu Pensionaris te Ghent."

Uit de zee stak een begroeide rots op, waarboven een oud kasteel; op het bruinachtige zeewater dreven veeren uit de vleugels van Icarus. Op den voorgrond een schaapherder met schapen, een landman aan de ploeg, die verwonderd opkijkt.

Thans (1884) te Mechelen bij den antiquaar de Bruyne (gedat. 1580) 2).

1) Rathgeber, onder 1599, 1603—4.

2) Hymans II, p. 54 n. 2.

Sluiten