Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Leiden afkomstig, destijds hangende, te hoog naar zijn meening, op het stadhuis te Leiden. •)

Middentafel, Jezus aan 't kruis met de twee moordenaars, Maria, Johannes, ruiters en voetknechten; in den rechter vleugel Abrahams offerande, in de linker de slangenplaag in de woestijn.

Thans Leiden, Stadsmuseum n". 1030 (cat. 1886) 189 X '46.

* „Afdoeninge van het Cruys."

„Met nocli daer rontom by gevoeght in cleyne perckskens ses ander weeningen van Maria: in de deuren comen Prianten als ick meen."

Thans Leiden, Stadsmuseum nu. 1031 (cat. 1886), 189 X '46.

* „En dry Coningë." Aquarel. Eveneens op het stadhuis te Leiden.

Groot, doch half vergaan stuk.

* „Een Epitaphium." Voor den grafkelder der Lockhorsten in de St. Pieterskerk te Leiden. In van Mander's tijd overgebracht naar Utrecht ten huize van den Heer van den Boogaert („als getrouwt hebbende een dochter van den Heer van Lockhorst.") Volgens van Mander „het alder weerdighste / en uytnemenste / dat van zyn handt te sien oft te vinden is."

Voorstelling uit de Openbaring van Johannes „daer het Lam voor den Throon Gods op doet het Boeck met de seven seghelen / alwaer t' gantsche Hemelsche heyr.... te weghe bracht is." Portretten van de bestellers, geknield.

Cornelis Hendricksen. [fol. 28ja\.

* „Vreemde drinckvaten" en ander porcelein- en aardewerk.

Cornelisz (zie Jacob Cornelisz.).

Cort (Cornelis).

Behalve naar Italiaansche meesters, als Zuccaro [fol. 185$], Barozzio [fol. i86£], Muzziano [fol. 192^], meegedeeld in de Levens der Italiaansche schilders, wordt nog verteld dat Cort graveerde:

* [fol. 2190]. Joachim Patenier's portret, in de verzameling van Lampsonius.

') F. Dtllberg, Leydener Malerschule 1899 S. 42 f. — Zie J. C. Overvoorde en W. Martin. Stedelijk Mus. te Leiden (1902).

Sluiten