Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* „De Roomsche helden." B. 94—103.

* „Zes stucken." Na zijn reis gemaakt. B. 15—20.

* „Besnijdenis." In den trant van Dürer. B. 4.

* „Dry Coninghen." In den trant van Lucas van Leiden. ') B. 5.

* Passie van 1597. Idem. B. 27—38.

* Maria met dooden Christus. „Welcke Plaet berust onder den Constliefdighen Heer Berensteijn te Haerlem." B. 41.

* „Een Vrouken met Slanghen en Duyven." B. 93.

* „Aerdighe Conterfeytselen." Zonder verdere aanduiding.

* „Twee Poolsche jonge Princen."

* [fol. 255ff]. „Een dooden Christus in de Grafleginghe" naar Antoni Blocklandt (zie bldz. 187).

[fol. 260^]. Portret van Hans Bol. „Ghenoegh als een Epitaphium" en „zeer wel ghelijckende." B. 162.

Glasschilderingen.

* „Een weynigh dingh te Haerlem tot dê uytnemendë Glasschrijver Cornelis Ysbrantsen."

Goltzius (Hubrecht). [fol. 247^—249^].

„Verscheyden dinghen / oock t'Antwerpen in den tyt van de gulde Vlies-feest voor de Oosterlinghen."

* Portret van Broeder Cornelis. Zie bldz. 108. Van Mander had het in handen gehad.

„Op een trony-penneel.... ghenoech van vooren .... recht in sulck verstoort wesen als hy was / doe sy hem met Schimprijmen en Pasquillé hadde gheterght."

Thans Brugge, Stadhuis.

Voor zijn numismatische werken zie bldz. 104 seqq.

Gortzius (Geldorp), [fol. 280ab\

Diana. Te Keulen bij Johan Meerman.

Veiling Homes, 24 Juli 1721 'sHage, n°. 13 (ged. 1602).

Suzan na. Te Keulen bij Everhard Jabach. [Francken 58].

') üe teekening op perkament i. d. Coll. van Jhr.J. Six, Amsterdam.

Sluiten