Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daer Petrus doende was met visschen / en op den voorgrondt quam uy.geÏeldL" SCh°°nen B°°m: °°C de Zee"Storm van he"

Thans in de Collectie Sir Kenneth Muir Mackenzie. >)

van Heemskerck (Marten-Van Veen), [fol. 244^-247*1 „Sol en Luna." ' J'

„Adam en Eva."

Beide „in t huys van Pieter Jan Fopsen, alwaer saligher g edachtnis Cornelis van Berensteyn (f 1595) plagh te woonen in een achtercamer aen de bedstede;" te Haarlem.

Beide stukken levensgroot.

(Houmes:) „is tegenwoordigh bij de Heer van der Nieuburgh tot Alckmaer op de Langhestraet en bij mijn aldaer dickmaels gesien."

* St. Lucas. Voor „den schilders te Haarlem / tot sijn foy oft adieu t' zijner Room vaert." Op het Princenhof te Haarlem (zie ook bldz. 172).

St. Lucas schildert Maria, met het kind Jezus op de schoot. Over de knieën een veelkleurige doek. „De Palette aen zijn slincke handt / schijnt ten Penneel yt te steken. Achter St. Lucas „een Poeet, aen f hooft becroont met olijf of erduelt / met qualtjc schijnende of het Marten nae f levé te dier tijt was " Een engel houdt een brandenden fakkel. Boven in 't werk een papegaai in kooi. Inscriptie wordt meegedeeld.

Thans Haarlem, n°. 104 (cat. 1902), 165 X 240.

Zelfde voorstelling op een schilderij te Rennes, n° 161 • 203 X 145-

* „De gheboorte Christi." „De dry Coninghen en Boodtschap Mariae aan het Trapeniers Altaer." Op het Princenhof. Het waren de deuren aan de „kinderdoodinghe" van Cornelis Cornelisz. van Haarlem (fol. 293^).

Z.jn eigen portret zou hierin geschilderd zijn en „een Enghel / die op een marberglat plaveytsel schijn gheeft oft spiegelt." Jacob Rauwert zou de „onderste slippen purperigh" gedaan hebben.

') Zie Cat. Tent. Brugge 1902 [G. H(ullin) de Loo] n». 201 30 X 46; en G. Gltlck in Jahrb. der Kunsth. Samml. des A h Kaïserhauses Bd. XXII [1901] I s. 30.

Sluiten