Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fragmenten, die in den beeldenstorm gered werden en zich in den tijd van van Mander bevonden bij Cornelis Suycker te Haarlem. 1)

Eén fragment was: Maria Magdalena op een laken geknield liggend.

„De seven wercken van barmherticheyt." Eveneens in de Oude kerk te Amsterdam en vernield.

* „Christi besnijdinghe." (1517). Eveneens bij Cornelis Suycker te Haarlem.

* Een Kruisafneming. Te Alkmaar bij de weduwe van Sonnevelt, waarin een landschap van van Scorel. (Houmes:) „is bij mijn gesien int Huys van B° van Teylingen by den Heer Dauelaer." 2)

Maria en de omstanders Christus beweenend. Het landschap door v. Scorel.

* Fragmenten van een „cruysigingh Christi." Te Amsterdam „niet wijt van den Dam."

„Daer sy hem trocken en reckten op het Cruys."

* „Negen ronde Passi-stucken." Houtsneden. B. 1—12.

* „Een ander Passie in hout, viercante stucken."

* „Neghen Mannen te Peer de." Houtsneden. 3)

Jacob (van Haarlem), [fol. 229^].

* „Des draghers Altaer in t' groot kerck te Haerlem." (Ook fol. 247*5). De deuren geschilderd door Rijckaert Aertsz. Zonder verdere aanduiding. De deuren evenwel uitvoerig beschreven.

') Volgens Hymans misschien de kruisafname in het Louvre, toegeschreven aan Lucas van Leiden of Quinten Matsys.

2) Niet van Jacob Cornelisz., maar van Cornelis Buys. Zie Cf. van Rijn, Rotterdamsche librije, 1 Oct. 1891; J. Six, Oud Holland XIII (1895) bldz. 97. Nog vermeld en beschreven door pastoor Kleef, 1740 & 1750 in de Oudheden en geestelijke gestichten der stad Alkmaar. In 1684 zag Westphalen het bij Floris van Teylingen. Eikelenberg zegt, dat het in 1709 nog in het Hooge huis hing. Zie C. W. Bruinvis in de Bijdragen voor de geschied, v. h. bisdom Haarlem, dl. XIX.

3) E. Fétis. Doe. inconogr. et typogr. de la Bibl. R. de Belg. (1877) p. 67—73.

16

Sluiten