Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God ons de tijden weer, toen schild en zwaard begroetten zulke taal. Het sterkt ons te weten, dat de koning de eenheid van het Rijk beoogt. Maar... vergeef niij, zoo ik eerlijk spreek, gij zelf wilde het zoo... gij bande uw zorg, een ouder man vermag dat niet zoo licht. Wij kennen Knuds macht, verdubbeld sinds hij Waldemar aan zich verbond. Als gij hen met hun aanhang te wapen roept tegen de Wenden... er gaan geruchten door het volk van Knuds gezindheid .. ik waag mijn gedachte niet uit te spreken ...

Svend. Spreek vrij!

De bonde. Ge kent de oude veete... uw grootvader dreef zijn vader van de troon... 't Zou kunnen geschieden, dat hij ten strijd gerust met al zijn mannen het zwaard ophief tegen u.

Svend. Ge uit een zwaar vermoeden; doch wees gerust: zoo diep in oneer verviel in Denemarken 's konings naam nog niet.

De bonde. Plog, een boer, doodde uw vader, koning Emund.

Svend. Dat deed een boer, geen edelman.

Een ander bonde (sprekend van uit de achterste rij). Vergun me, koning, een woord. Gij zaagt de ontevredenheid, toen uw vader geslagen keerde van den strijd met Zweden. Zoo gij eens ongelukkig waart tegen de Wenden ... ge doet een hoogen inzet op één worp ... ware 't niet beter, zoo gij wachtte.

Svend. Zoo spreekt de Zorg, die zorgvol sterft. Wie wacht op beter tijden gaat roemloos onder in den tijd. Een daad beslisse in ons leven, één jonge daad, die spot met angstig wikken! De onbezorgde werpt de vonk in 't stroodak van den peinzer, die peinzend stikt in rook. De tijd eischt daden!

Een derde. Een vraag, o koning Melddet gij reeds uw besluit Knud en Waldemar?

Svend. Ik beval hen — vriendschappelijk om 't algemeen belang — zich gereed te houden.

De edelman treedt binnen en blijft in e<rbiedtg-vragende houding staan.

Svend (tot den edelman). Ik wenschte ongestoord te zijn.

De edelman. Vergeef me, o koning. Een ijlbode bracht bericht van Wiborg.

Svend. Van Wiborg? Geef!

De edej.man. Een brief van hertog Knud.

Svend. Ga.

Hij leest den brief.

Bij God, dit is opstand!

Beweging onder de bonden.

Ha! hoe haat hij mij!

Hoort hoe de hertog schrijft: >Ik acht den tijd niet rijp voor een tocht tegen de Wenden. Uw onervarenheid stelt geen waarborg voor uw veldheerschap. Ik voor mijn deel, zal mij onthouden".

Sluiten