Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begrijpt ge 't thans? Zoo bindt men koningen Als honden op een erf, en 't voorjaar roept Tot daden. O, hoe wenschte ik ons in 't veld Ten ridderlijken kamp, dat 't waar' beslist 1 Wij zouden kampen, Detlef, voet voor voet,

Hoog 't koninklijk panier in 't morgenlicht! Zoo joeg mijns vaders vader over 't veld Knuds vader voort... hij voelt nog onze hand! Detlef.

'tRoept om geduchte straf! Bij God, 't is hard. Wij zouden kampen... neen, te hachlijk waar 't! Twee tegen een... twee, Knud en Waldemar. Neen, niet om ons... wij streden om de eer, Gij om ons allen, heel het Deensche land!

Svend.

Ik weet, zoo spreken allen en... ik zelf!

[na een oogenblik; smartelijk .■)

Zijn wij gedoemd in droomen te vergaan? Hartstocht'lijk te verteren in den gloed Van vuur'ge wenschen:

Detlef.

Geduld!

Svend.

Neen, 't zij beslist. Gij waart mijn vriend Bescheiden, onveranderlijk van hart.

Sinds 'k koning ben, weet ik wat vriendschap geldt. Detlef.

Spreek, Heer.

Svend.

En 'k ken uw moed. Het zij beslist! Ze zijn te Wiborg saam: ga, breng hen hier!

Detlef.

Wat wilt ge?

Svend.

Ha, Tc zal koning zijn! Voor eeuwig Zij Knud gebannen, 'k duld zijn aanblik niet. En Waldemar... ? Gij zult de naaste mij In vriendschap zijn, de maker van mijn Rijk!

Detlef.

Neen, zwijg, ik bid u... als 't faalde. O,

Bezin u toch! Ge speelt met Rijk en lijf 1 Wat wilt ge... laat hen heerschen ... 't leven biedt Nog andre vreugden ... o, beraad u Svend!

Sluiten