Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Svend.

Dat is uw vrienschap? Ga.

{Detlef blijft)

Ga!

Detlef.

Ik zal gaan!

Svend.

Ah, Detlef, vriend, ge spraakt 't bevrijdingswoord!

(Scher\)

TWEEDE BEDRIJF.

Eerste tooneel.

Een vertrek in het slot te Wiborg. In den achtergrond een venster, dat geopend is en waardoor men de avondlucht ziet. Meer op den voorgrond een haardvuur, waarvoor zetels staan.

Waldemar en Sophia voor het geopende venster.

Sophia.

Dus moet ge morgen gaan?

Waldemar.

Het moet ten spijt,

Dat 'k eenzaam zijn zal niet met u, doch 't moet.

Veel wat mijn oom onzeker achterliet,

Verrast door 't sterven, dient beslist. Ik wensch Voleind het oude, als niéuw het leven ginds In onze liefde ontbloeit.

Sophia.

Het zij dan, maar De min verhaaste uw gang! Ik blijf vereenzaamd,

De uren tellend van deez' eenzaamheid,

Die mij ondraaglijk werd sinds uwe komst.

Waldemar.

'k Bestijg een nieuw, als 't hijgend paard vertraagt!

'kRijd u ter eer en jaag de uren voort.

Sophia.

De stille ban van bosch en veld weegt op Den geest en Knud leeft in zich zelf... of trekt Door 't land. Gij mint Knud niet?

Waldemar.

Uw vraag gaat haastig.

Sophia.

Het antwoord traag. Ik vroeg 't u gistren reeds

Sluiten