Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te middernacht kwam tijding hem op 't slot,

Dat benden van gewapenden te voet Van 't Zuiden kwamen, trekkend langs den weg Van Wiborg.

Svend.

Wiborg 1

De man.

Later meldde men,

Een bode was 't van een naburig slot,

Dat Knud en Waldemar van duizenden Verzeld optrokken naar Roskilde^en 't volk Te wapen riepen tegen koning Svend.

Svend.

Onmoog'lijk is 't... van duizenden? Ge raast 1 Doch 't zij. (tot de edelman)

Roep al de eed'len van mijn huis

Hier saaml

De edelman verlaat ijlings het vertrek.

Van duizenden verzeld? Ge spraakt

In haast...

De man.

Vergeef mei 'k meldde, wat mijn Heer Mij spreken deed.

Svend.

Zaagt gij hen zelf?

De man.

Neen, Heer.

Doch, vóór ik ging, bespeurden we^in den nacht Een zwakke gloed van vuren aan de kim...

Een bode treedt binnen, met hem verschillende edellieden. Voortdurena komen er meer.

De tweede bode.

O koning!

Svend.

Spreek! maar haast u!

De tweede bode. (spreekt haastig)

De hertogen Van Jutland en van Sleeswijk zijn in 't veld,

En werven handen tegen u...

Svend.

Genoeg 1 (Tot de edelen)

Gij eed'len hoort het! Knud en Waldemar Zijn tegen 't koningshuis in 't staal. Ik wist,

Sluiten