Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ginds, en dubbel treft met eiken houw.

De oude tijd gaf 't voor-beeld voor dees tijd, Hoe Denemarken zonder broedermoord Drie namen duldt van koninklijken rangl

Svend.

Zoo richt een vreemde knaap het koningslot!

O, 'k was te traag! Toen ik naar Wiborg zond,

Beroesde u reeds zijn haat 't onmondig brein!

Dien roes ontnuchtert slechts het scherp van 't zwaard!

Houdt u bereid!

Hij wendt hun den rug toe en gaat heen.

Knud.

Wij komen, vóór gij 't wenscht!

't Is noen.

Wij speelden met den tijd. Op vleug'len thans!

Zevende tooneel.

Als in het zesde: de tent van den koning. Eenige edelen, onder wie '1 horbeer, staan zwijgend en bedrukt bijeen, wachtende.

Een der edelen (na een pooze.) Het einde komt!

De wacht (voor de tent, roept:) De koning!

Svend (treedt binnen; hij doorschrijdt snel de tent).

Op uw post!

Het is beslist. Ze scheurden 't Rijk en deelden Mij en zich een flarde toe! In 't veld Voor Denemarken! 't Wijdt ons zwaard te kampen Naar geest en hart van eiken waren Deen.

Gij kent de strijdtaak van den dag. Wij wijken Met opgeheven arm, tot ons een vloed Van strijd'bren hulp onstuimig stormen doet!

Thans op! Voor Svend en 't Rijk!

De edelen (zacht en bedrukt).

Voor Svend en 't Rijk.

Thorbeer.

O Heer!

Svend.

Ge staat en talmt?!

Thorbeer.

O Heer, een maar'

Trof, als een zwaardslag onverhoeds op helm,

Elk die 't hoorde.

Svend.

Spreek! De koningin....

Sluiten