Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waldemar.

Zoo gij dit wilt.

Hij gaat heen.

Derde tooneel.

Bisschop Eskil treedt binnen.

Bisschop Eskil. Vrede zij met ul (naderbij tredend). Ik zag uw Majesteit dezen middag de eerste maal, doch ik kende u, voor ik u had gezien met oogen ... uw oogblik, uw mond... hoordet gij uw zaligen vader nimmer de naam Eskil noemen?

Svend. Zoo gij bisschop Eskil zijt, waart gij mijns vaders biechtvader jaren her.

^ Bisschop Eskil. Dat was ik, Heer, jaren her — terecht zegt ge ' jaren her. Doch t woord, dat jaren zijn als een oogwenk, vervult zich thans aan mij, sinds ik u zag. Uw koninklijke vader had omtrent uw ouderdom, toen ik priester was aan zijn hof.

Svend. Ik bid u, het ss thans geen tijd in het verleden te schouwen. Hebt ge iets te spreken, dat treft in 't gebeuren van dit oogenblik, spreek; anders, neem mijn groet en ga.

Bisschop Eskil. Ja, ik hèb een woord te spreken, dat van dezen tijd is. Maar t verleden herleefde mij in 't heden en ik, een oude priester, wien t aardsch gebeuren allengs meer verschimde, wiens blik door t stadig schouwen naar het Eene vervreemdde van de teekenen der wereld, ik begreep het oogenblik in het beeld der gedachtenis. Ik zag u dezen middag in de kathedraal — ik zat terzijde van uw troongestoelte en al den tijd, dat de heraut het verdrag las, liet ik niet af van u. Ge waart bleek, maar in uw oogen broeide een gloed en uw hand beefde. Ik ken dien gloed, die onrust... zoo spookte t in koning Emunds oog, als hij zon op dolle daden, vergeef me... thans zag ik u en ik ontstelde... ik was uws vader biechtvader — ik vermoedde, wat er brandde in uw hart. Beheersch uw bloed... bij Christus, onzen verlosser... ik ben een oude man, ik sprak slechts om uwentwil... bezin u! Er is vertroosting in 't inwendig leven, dat sterk maakt tegen 't jagen van den hartstocht!

Svend. Zwijg oude.... men stilt geen koningsleed met priesterspreuken. Ge kent de vervoering niet van 't leven der koningen

het leven in uw cel nam u den adem. Ge wildet mij ontmannen, mijn nooden meten naar de uwe.... uw zoetlijk heulsap bieden voor mijn wonden !

Keer weer in vrede en kom tot mij, als de blaad'ren vallen.... ik zal u een zetel geven bij het vuur en in de scheem'ring naar u hooren, als gij verhaalt van koning Emunds jeugd. Thans is geen priester hier van noode. Ga thans.

Bisschop Eskil. God schenke u vrede, Heer.

Sluiten