Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vierde tooneel.

Bisschop Eskil verlaat langzaam de hal. Svend ziet hem na. Dan wendt hij zich af, doet eenige schreden en blijft staan.

Svend. (halfluid.)

De heraut stond voor ons in het middaglicht....

Hij had een zware stem.... geen hoofd bewoog Dier duizend hoofden, luistrend naar die stem.

Een vogel floot voor 't venster van St. Oluf....

't Was binnen stil hij las van 't perkament

't Verdrag, zwaarsleepend woord na woord....

In herinnering verdiept doet hij enkele schreden en blijft dan staan.

Toen kondde

Een heraut de kroning in de noen Van morgen en de stem der klok brak uit

In klanken boven het gerucht der gaanden

En buiten rees 't gejuich.

Hij doet onrustig enkele schreden.

(luid) O 1 wie sloeg mij zoo,

Dat 'k gister koning thans onmachtig schouw Naar 't droef spel van mijn smaad.

Ah 1 kampten wij Als koon'gen ? Trof het zwaard in razernij Op helm en pantser tot het brak in twee ?

Is dit de val eens konings in zijn laatsten kamp ?

Als immer voert de dag tot nacht, de nacht Tot dag, men spreekt, men lacht en ik, ik zelf Ga in den dag en schouw in 't licht! (hij lacht)

(uitvarend) O, thans Een leste strijd, een kamp van zwaard met zwaard!

Vijfde tooneel.

Een edelman van de wacht treedt binnen.

De edelman.

Een monnik, een die 't land afzwerft naar schijn Staat aan de poort en laat niet af toegang Te vragen tot uw majesteit.

Svend.

Neen, ga!

De edelman gaat heen, doch in 't zelfde oogenblik verschijnt de monnik in de gang in den achtergrond, ziet naar binnen en treedt het vertrek in.

De monnik.

De koning!

Sluiten