Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De edelman.

Ga, hoe waagt ge.... 1

Svend.

Ik ken die stem.

De monnik ziet den koning aan en wijst vtagend naar den edelman. Svend. (tot den edelman.)

Gal

De edelman verlaat de hal. De monnik treedt toe op Svend en slaat zijn kap weg.

Svend.

Detlef. (hij reikt hem de hand.)

Detlef.

O koning 1 Svend !

Svend.

Gij hier?

Detlef.

Als Asbiorn Prude, de gevangen held Van 't Scaldenlied, vervulde ik de eenzaamheid In 't duister hol te Wiborg met een zang Van droefenis en hartstocht beurtelings,

Tot 'k uitgezongen had. Het oude hol Bleek wrak en wankel, 'k groef mij uit en in Een regennacht doorzwom 'k de gracht en ging In vrijheid. Trekkend naar Roskild vernam 'k In 't land de mare van 't gebeurde. Ik wilde U zien en koos mij dezen dracht.

Svend.

'k Herken

Mijn beeld in u: ons beiden dwong de tijd Een mom voor 't aangezicht.

Detlef (met bedwongen toorn).

Bij God, 'k zag ü En hèn dees middag in de kathedraal!

Men zegt, dat 't al beslist werd zonder 't zwaard ?

Svend.

Ze vingen mij gespoord, geharnast in een strik

Als 't boerenvolk een roover in den nacht!

Detlef (na een pooze).

Uw majesteit vergeef 't me te Roskild

Vreesde ik dit einde.

Svend.

Te Roskild? Ah, 'k was Een knaap, een droomer, 't voorjaar roesde mij In 't hoofd! Ik hoorde in mijn droom 't geschal

Sluiten