is toegevoegd aan uw favorieten.

Chronicon Conventus Buscoducensis Ordinis Praedicatorum et Historia monasterii Worcumiensis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeredienst door het legateeren van geld voor was en miswijn, soms ook van heilige vaten en paramenten; jegens de kloosterlingen door liet vastzetten van ruime inkomsten en cijnsen; jegens de armen door overvloedige „spynden" of bedeelingen. Dagelijks werd er aan de kloosterpoort den armen brood uitgereikt. En niet aan enkele armen, maar aan een geheele menigte. Volgens een testament van 1511 zullen de prior ofte procurator „om Goidswille geven den armen luyden voer der poerten des selven convents daer om comende, tot vijfhondert persoenen toe, elcken een schoen broit van enen negenmenneken, dat welcke belopen sall jairlix drie prinsguldens, twe stuvers, tive oert.''

Aldus ten jaargetijde van vermelde echtelieden, Henricusvan Deventer en Catharina van den Staeke.

Over de verhouding der religieusen ten opzichte der seculieren — in de Middeleeuwen zoo vaak eene netelige kwestie — deelt ook het Chronicon eenige bijzonderheden mede.

Vreezende dat het collegium der kanunniken, na de incorporatie van de kerk van Orthen en het rectoraat der Sint-Jan, in de rechten en privilegiën des kloosters zou ingrijpen, vooral met betrekking tot het begraven van leeken, lieten de paters den deken Aegidius van Gerwen in 1412 een stuk teekenen, waarbij deze verklaarde, dat het klooster te 's-Hertogenbosch dezelfde voorrechten zou hebben als het Dominicanenklooster te Leuven. Die vrees bleek niet ijdel. Nauwelijks was de incorporatie in 1413 verkregen, of het collegium achtte zich aan de verklaring niet meer gebonden. Na herhaald protest werd het goed recht der paters erkend en bleven deze in het rustig bezit hunner privilegiën tot de opheffing der kloosters in 1629.

Ernstiger conflict ontstond in 1494. De paters werden bij den Bisschop van Luik aangeklaagd, dat zij door processies buiten de kloostermuren en kerkelijke plechtigheden, tijdens de hoogmis in de St.-Jan, het volk uit de parochiekerk trokken, en daardoor inbreuk maakten op de rechten der collegiale