Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen in dat jaar overgaf de visscherij en de vogelrij in den Ban van Wyk, met welk leen Willem van Wyck voornoemd in 1431 nog bevestigd werd; in 1387 was deze laatste reeds verleid met een gezeet te Sleeuwvk met timmerinf en twee kampen lands, hem aanbestorven van zijnen vader Jan.

Van wien Boudewyn Kuyst, ridder, die blijkens Jac. van Oudenhoven t. a. p. blz. '21 in 1403 met de ambachtsheerlijkheid van Wijk werd beleend en denkelijk dezelfde was als hij, die blijkens Taxandria VII p. 280 in 1383 van Jan van Kuik, heer van Hoogstraten, de heerlijkheid Nieuwkuik ontving, een zoon was, is niet te vinden.

Willem van Wyck voornoemd droeg in 1435 aan zijnen zoon Willem de Cock van Wyck uit zijn eigen goed over eene aanwerp met visscherij en vogelrij in den Ban van Wyk, die deze zoon in 1438 aan de Grafelijkheid Holland opdroeg om er weder aanstonds mede verleid te worden; op 27 Maart van datzelfde jaar werd die zoon door den Heer van Asperen beleend met de Oye in den Ban van Veen en met land onder Herwynen, hem aanbestorven van zijnen vader.

Willem de Cock van Wyck voornoemd had eene dochter Wilhelmina van Wyck. die trouwde met Jan van derDaesdonck; hunne dochter Mechteld van der Daesdonck werd in 1484 met voormelde aanwerp, visscherij en vogelrij beleend onder lijftocht van haren vader (hare moeder was toen reeds overleden); haar man Charles Cleynael, die lateischout van Kempenland was, deed in 1487 den leeneed voor haar; blijkens hare verklaring voor Schepenen van Oirschot was zij in de Vasten van 1484 weggeloopen om met hem te trouwen en had zij dat al eerder willen doen -ouder die weet van haren vadev en stiefmoeder/ zij en haar genoemde man verkochten in 150014 morgen tienden onder Wyk aan Hendrik Beelaerts.

Arent van Wyck, hiervoren als heer Onsenoort genoemd,

Sluiten