is toegevoegd aan uw favorieten.

Het missale van de kerk te Wijk bij Heusden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konde van 1212 1), waaruit blijkt, dat Wouter Spiering een amitinus van Jan V was, een zoon dus van eene zuster van Robbrecht V 2). Wie Wouter's vader was. weten wij niet. Hij zelf komt tusschen 1196 en 1212 herhaaldelijk in Hollandsche en Geldersche oorkonden voor en was blijkbaar een aanzienlijk edelman. Maar dit is dan ook alles wat wij van hem weten. Dat hij gehuwd is geweest en kinderen heeft gehad, is ons uit geen enkele akte gebleken 3).

Na hem vinden wij voor het eerst weder van Spieringen melding gemaakt in 1257. De kroniek der abdij van St. Truyen belicht ons, dat in dit jaar de edelman (vir nobilis, dus van vrijen adel) Wouter, ridder, van Aalburg, genaamd Spiering. met Ysalda zijne echtgenoote op 29 Augustus hun huis te Aalburg en alle hunne andere tegenwoordige en toekomstige onroerende goederen aan de abdij schonken; alleen zouden de broeders van Ysalda een tiend in de parochie van Waspik en Gapelle vooral) Hollandsche ponden kunnen terugkoopen. Jan Heer van Ileusden voegde aan deze schenking nog 5 bunder land toe, welke Heer Wouter van hem in leen had 4). Heer W7outer was in 1278 overleden; eene aan hem toebehoord hebbende steeg te Aalburg werd toen door lieer Jan van Heusden aan de zooeven genoemde abdij geschonken f>).

1) Oorkondenboek van Holland en Zeeland, I, 22K.

2) Handelingen van het Prov Gen. van K. en W. in Noord-Brabant, 1K91 —1893, blz. 107.

3) Het is mogelijk, dat sommige, ja zelfs dat alle, overige in de akte van 1212 genoemde amitini, te weten Thomas, Willem, Dirk, Emond en Peter van Aalburg broeders van Wouter Spiering zijn geweest. Zekerheid dienaangaande bestaat echter allerminst. Ook is het niet onmogelijk, dat, zooals in een hs. van ISaron van Spaen, berustende in de verzameling van den Iloogen Raad van Adel, wordt aangenomen, de Wouter Spiering van 1212 een andere was dan die van 1196 en 1200. Uit het feit, dat hij, in tegenstelling met een stuk van 1200, in 1212 eerst in de vijfde plaats wordt genoemd, behoeft zulks echter m. i. nog niet te volgen ; in deze laatste oorkonde toch bepaalde vermoedelijk niet bet aanzien, maar de in het familieverband ingenomen plaats de volgorde.

\) Piot, Cartulaire de 1'Abbaye de Saint-Trond, I, 240.

5) Supplement Oorkondenboek van Holland en Zeeland, 201.