Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tijdgenoot van den op blz. 97 onder I genoemden Dirk van Well was:

I. Willem Spiering, die twee zoons had:

1. Willem Spiering 1). Deze trad in 1401 met zijn broeder Dirk van Well, met Jan Spiering van Aalburg en met Jan Spiering Boudewijnszoon op als borg voor Klaas Spiering Janszoon en diens zoon Arent Spiering van Aalburg.

2. Dirk van Well, die volgt onder 11.

II. Dirk van Well werd in 1400 beleend met 8 morgen lands onder Sleeuwijk. Bij het begin der regeering van Willem VI, toen de beleeningen vernieuwd werden, schijnt hij dit land niet meer te hebben bezeten, maar had hij in leen een steenhuis en woning met vier morgen lands, gelegen in den ban van Wijle 2), welk goed hij in 1429 opdroeg ten behoeve van zijn zoon Jan Spiering, die volgt onder IV. Dirk was in 1438 overleden 3).

III. Jan Spiering maakte in 1429 het bij opdracht van zijn vader ontvangen steenhuis te Wijk in lijftocht aan zijne

\) In 1409 werd een Willem van Well Janszoon bij opdracht van Gijsbrecht van Well heleend met 4 morgen in Waardhuizerbroek. Hij droeg die aanstonds weder op ten behoeve van Jacob Janszoon en ontving in de plaats daarvan 61/2 morgen te Sleeuwijk.

2) Hoe hij aan deze goederen gekomen was, blijkt uit de leenregisters niet, hetgeen te meer te betreuren is, omdat de familiebetrekking tusschen de verschillende Spieringen en van Well's daaruit waarschijnlijk wel zou blijken. Gijsbrecht van Well droeg dit steenhuis met 4 morgen in 13o4 op ten behoeve van Gijsbrecht van Well Hesselszoon. Daarna vinden wij in 1381 eene vrij onduidelijke akte, waaruit schijnt te blijken, dat toen een minderjarige Jan Spiering met het goed werd beleend; het is echter ook mogelijk, dat niet de minderjarige, maar diens voogd Jan Spiering heette. Hoe dit ook zij, Dirk van Well kan in geen geval de beleende van 1381 zijn, aangezien hij toen niet meer minderjarig kan zijn geweest.

3) Op -11 Juni 1427 beloofde een ons overigens onbekende Dirk van Well Dirk Arent Spieringszoonszoon een erftijns van 3 goede gouden Fransche kronen uit een gezeet met daarop staande timmering in den ban van Genderen.

Sluiten