is toegevoegd aan uw favorieten.

Het archief der heerlijkheid Ruinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Acte van beleening voor den drost van Drente S. P. A. graaf van Heiden, als leendrager van Ridderschap en Eigenerfden, met de heerlijkheid Ruinen. 1776.

1 charter en 1 stuk.

NB. Zie regest N°. 58.

De beleening geschiedde door Willem, prins van Ohanje enNASsAU, als erfstadhouder van Overijsel.

Hierbij een gelijktijdig afschrift.

111. Stukken betreffende de handhaving door de heeren van de rechten hun als heer toekomende en van de rechten der heerlijkheid.

I. Stukken betreffende de handhaving door de heeren van de rechten hun als heer toekomende.

a Verschillende rechten.

II. Antwoord van den stadhouder van Drente enz. FRAN901S de Verdugo aan den heer van Ruinen Henrick van Munster, antwoordende dat hem een bevel aan de „huysluyden" te Ruinen om te Coevorden te komen graven en te arbeiden „aen „desen huyse" niet bekend was, en hij niet voornemens is de oude privilegiën des heeren van Ruinen te schenden. 6 Juni 1591.

1 stuk.

12. Missive van Berendt Piroe aan den heer van Ruinen, Heinrich vonn Mdnstek zu Till , mededeelende o. a. dat de boeren van 't Wold vroeger wel turf voor 't huis Oldenhave opbrachten, maar hem niet bekend is, of dit huis- dan wel kluftsgewijze plaats vond. 2 Mei 1594.

1 stuk.

NB. Vergelijk omtrent de vordering van hofdiensten het proces d.d. 1616, in N°. 14; vergelijk ook resol. Drost en Gedeputeerden d.d. 18 December 1616.

13. Brief van H. dVos van Steenwyck aan den heer van Ruinen Henrick van Munster, berichtende dat hij den ingezetenen van 't Dieverder dingspel had voorgehouden, dat de gevorderde dienst bedewijs werd gevraagd zonder consequentie, doch