is toegevoegd aan je favorieten.

Het archief der heerlijkheid Ruinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24. Protesten van Drost en Gedeputeerden bij de ingezetenen van Ruinen, Pesse, Echten en Ansen (ressorteerende onder de kerk te Ruinen) en bij den predikant aldaar Pateoclüs N. tegen diens beroeping zonder hunne toestemming. 29 Sept. 1603 25 Januari 1604.

1 omslag.

NB. De prediker heette Pateoclüs Romelinoh (zie N°. 25).

D.^ en G. vorderden hunne voorafgaande toestemming, op grond dat 't collatierecht door de saecularisatie der abdij te Dikninge aan hen zou zijn gekomen.

25. Aanschrijving van Drost en Gedeputeerden aan den predikant te Ruinen Patroclüs Rommelinck om geen dienst te doen, zijne vordering van 50 mudden uit de goederen van 't klooster te Dikninge te laten varen, daaraan terug te geven 't onrechtmatig genotene; een en ander totdat het collatierecht van Drente door hem ten volle geëerbiedigd zij, 18 Febr. 161)8. Met minuteel betoog van den heer van Ruinen Henrick vonn Monstee aan Drost en Gedeputeerden, in hoofdzaak (onder erkenning van hun recht van presentatie) opkomende voor zijn recht van disquisitie naar de bekwaamheid van den voorgedragene en zijn recht van confirmatie en introductie, 5 April 1608. 1608.

1 omslag.

36. Stukken betreffende de beroeping van Johannes Rusius tot predikant te Ruinen en 't protest van den heer van Ruinen tegen Rüsius „introductie" buiten zijne tegenwoordigheid. 1623.

1 dossier.

NB. De beroeping geschiedde door Henrick van Monster als heer van Ruinen, Gerhardt Strüick als rentmeester van Dikninge, en de lidmaten en eigenerfden van de heerlijkheid en 't kerspel Ruinen.

In verband met de introductie op last der synode gaf de heer van Ruinen op 29 April 1623 eene uitdrukkelijke (hier aanwezige) bevestiging uit van 't beroep, ter handhaving zijner rechten tegenover Drente.