Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54. Minuteele acte der beleening van Henrick Wilhelm Camerling, schulte te Ruinen, met den Nyenhoff c. a. in demarkevan Ruinen, c 1756

1 stuk.

NB. Zie regest N°. 42.

Dit stuk dagteekent uit een jaar tusscken 1755 (in 1754 was Mr. H. J. Camkrlin» nog schulte van Ruinen) en 1757 (toen J. L. Evers, die als stadhouder der leenen over deze beleening stond, als zoodanig aftrad en vervangen werd door Mr. H. W. Camerlino).

Mr. S. Gratama geeft in den Nieuwen Drentschen Volksalmanak voor 1889 (Het een en ander met betrekking tot de leenkamer der heerlijkheid Ruinen) op, dat volgens 't leenprotocol H. W. Camerlino in 1747 met den Nyenhof beleend werd. Dit is onjuist; immers in de acte wordt Mr. H. J. Camerling als overleden genoemd. Is nu wellicht deze onjuistheid aldus op te helderen, dat hetzij de schrijver 1747 schreef in plaats van 1757, of dat deze vergissing door den lezer werd begaan ? En dagteekent dus het stuk uit 1757?

55. Request van Lucas Egberts aan den heer van Ruinen Frants graaf van Pchellardt tot Obbendorff enz., verzoekende handhaving in 't bezit van 't goed Westerbrink in de heerlijkheid Ruinen, waarmede hij '20 Juli 1696 door hem beleend werd. c- 1700,

1 stuk.

NB. Het verzoek werd gedaan, omdat requestrant's broeder Joannes Esberts aanspraak maakte op de helft van het goed. Loc as beweerde echter, uitsluitend recht te hebben „als oudste „op de straete, twee voeten vooraff, ende de rest de overige „kinderen van Egbert Roeloffs, een ofte meer in getal, den „derden voet alleen competerend is".

56. Request van Lucas Egberts aan den heer van Ruinen, Frans Caspar graaf van Schellart enz., verzoekende veengrond tusschen Ruinerwold en Ansen, leenroerig aan den heer van Ruinen, te mogen verkoopen en daarvoor onder zijn „leenarve" te Ruinen te mcgen brengen 2 dagmaten groenland in Schalenhoeck. Met gunstige apostille. 1700.

1 stuk.

NB. Het bedoelde „leenarve", behoorende onder 't huis Oldenhave, was't goed Westerbrink genoemd in Inv. N°. 55.

Sluiten