Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. ARCHIEF VAN HET LANDRECHT.

VII. Stukken afkomstig van het landrecht.

13>4i Minuteel verbaal van het verhandelde op het landrecht in de heerlijkheid Ruinen. 28 April—1 Mei 1645.

1 stuk.

NB. Achter het verbaal is nog geschreven:

a. het verbaal eener comparitie van crediteuren van Jan Peters Jans en de toewijzing door den heer van Ruinen hunner vorderingen uit de opbrengst van het bij executie verkochte huis van den schuldenaar, 14 Mei 1645;

NB. 'tStuk is geteekend door W. Olffenn, schulte van 't Woldt (Ruinerwold). Vergelijk 't in den tekst geno ad verbaal fol. 10.

b. eene kwijting voor den schulte van 't Woldt (Ruinerwold) door Regnerus Bartholdy wegens zijn aandeel in den onder a genoemden executorialen verkoop, 14 Mei 1645;

c. eene uitspraak door 2 gecommitteerden uit de twaalven en den schulte van 't Woldt (Ruinerwold) in 't proces tusschen Jan Stellinck en de weduwe van Wolter Jans over 't nietaccepteeren van een koop, 24 Juli 1645;

NB. Deze uitspraak is geteekend door den schulte en de 2 gecommitteerden, en geschiedde ingevolge sententie van den heer en de twaalven van Ruinen dd. 1 Mei 1645 (vergelijk het in den tekst genoemde verbaal fol. 7).

Het laatste (halve) folio vermeldt de namen der twaalven kerspelsgewijs.

Het stuk is afkomstig uit verzameling N°. 26 (P. A. Derks, te Havelte) en is genoemd onder N°. 7 van het „Chronologisch „register der voornaamste stukken en bescheiden over de driehonderdjarige waterkwestie in de gemeente Ruinerwold

„door P. A. Derks."

4

Sluiten