Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenhaven, mede als momber en verwalter-leenheer zijner echtgenoote Elisabeth Gertruijdt Gansneb genaamd Tengnagel,

1° bekrachtigt den aankoop van't erf c.a. Ovinge te Cralo in de marke van Pesse door Frans Caspar Adriaen graaf van Schellardt tot Oldendorff, (sic), heer van Ruijnen, Bellinghoven en Grimtin etc , en Margaretha Gertruijdt Maria van Bernsaw e.1 van Dr. Willem Frens en Anna Smijdt e.1. en de minderjarige kinderen van wijlen den advocaat Bernart Sassenraet genaamd Luijnink. ;

2°. beleent Frens Luitekens als gevolmachtigde van den graaf en de gravin van Schellardt met het genoemde erf c.a. en ontvangt van hem hulde;

en 3°. bekrachtigt de testamentaire beschikking door den graaf en de gravin van Schellardt ten opzichte van het aan hem leenroerig erf c.a. te Exeloe in 't kerspel van Odoren.

Met vermelding als leenmannen van Bartolt Maurits Sloot tot Ekkelshüijsen en Hendrick van Liewaerden.

Gedaen op den huijse Bonkenhaven, den 19 Oct. 1697.

Afschrift (c. 1704?) (Inv. N°. 8) op papier, gewaarmerkt door Conrad Engelhardt „gerechtschriver" in Haffen et Mehr. Het oorspronkelijk stuk was geteekend door H. O. G. g. Tengnagel.

28. 1704, Januari 4.

Godefrid de Rode en Johan Awaeter leenmannen oorkonkonden, dat Willem Adriaen markies van en tot Hoensbroeck, heer van 't Hoog- en Neder ambt Gelder, erf maarschalk van Zutphen, en Elizabf.th Henriette gravin van Schellardt e.1. Bernharut Kiers, raad en landschrijver van Drenthe, machtigden om namens hen bij den luitenant-stadhouder van Overijsel beleening te verzoeken met de heerlijkheid en't gerecht Ruijnen, Buddinge- en Haexwolt, 't huis te Oldenhauen c.a., door de gravin als oudste dochter geërfd van Frans Caspar Adriaen graaf van Schellardt tot Obbendorff heer van Ruijnen, Bellinghouen, Gremptin en Margaretha Gertruidt Maria van Bernsaw e.1.; welke goederen nader zijn beschreven in de leenbrieven d.d. 23 Februari en 28 Juli 1681 (zie regesten N08. 22 en 23); — en daarvoor hulde te doen.

Actum op den huijse Bellinghouen, den vierden Janr,j 1704.

Sluiten