Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minute (Inv. N°. 8) op papier, en

Concept (Inv. N°. 8) op papier, met opmerkingen omtrent dergelijke acten ten behoeve van erven te Exlo en te Kralo (onder Pesse).

29. 1704, Juni 7.

Henderick Kellen genaamd Sandhi en Johan Awaeter leenmannen oorkonden, dat Willem Adriaen markies van en tot Hoensbkoeck, heer van Ruijnen, Philip Ernekst Meijsters machtigde om de bezitters van leengoederen der heerlijkheid Ruijnen namens hem met die goederen te beleenen. Met medebezegeling door den heer van Ruinen.

Actum op den huijse Bellinghouen, den 7en Junij 1704.

Oorspr. (Inv. N°. 52) op papier; met 3 opgedrukte zegels in rood lak naast 3 handteekeningen.

SO. 1704, Augustus 1.

De secretaris P. E. Meijsters roept —, als gevolmachtigde van Wilhelm Adriaen markies van en tot Hoensbroeck als heer van Rhunen, — alle leenmannen der heerlijkheid Rhunen op, om, in verband met het overlijden van den graaf van Schellardt heer van Rhunen, van genoemden markies op 27 Aug. d. a. v. vernieuwing der beleening te vragen.

Actum Rhunen, den len Augusti 1704.

Minute (?) (Inv. N°. 52), op papier.

31. 1704, Augustus 20.

Wilhelm Adriaen, markies van en tot Hoensbroeck vrijheer tot Ertbruggen, Rhunen enz. enz., verklaart Egbert Custers te Almelo te hebben beleend met 't erf c a. Storcksell in 't gericht van Borne, door zijn vader en oom Jan en Lambert Costeb gekocht van Lambert Luijx; — en hulde te hebben ontvangen

Met vermelding als leenmannen van Jan Kisteman en Lucas Eoberts.

Actum Oldenhaue, den 20en Augusti 1704.

Minute (?) (Inv. N°. 52), op papier.

32. 1737, April 24.

Johan Carsten j. u. d., stadhouder der leenen van 't huis Ruijnen, verklaart Gerrit ten Cate te Almelo te hebben beleend met 't erf Bekkingh in de marke van Senderen onder 't gericht

Sluiten