is toegevoegd aan uw favorieten.

Het archief der heerlijkheid Ruinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rhebruggen, Roloiff van Cloisther tho —, 1567 (I. 27 noot).

Ripperda, Els(s)ebe —, 1573 (Aanli. 94***), 1576 (t. z. pl.).

—, Herman Otto —, 1697(R. 26).

Robless, Casperss —, heer van Billy enz., stadhouder en kapitein-qeneraal van Drente enz., 1575 (I. 30).

Rode, Godefrid de —, 1704 (R. 28).

Roelinck, griffier der staten van Over ij set, 1569 (I. 29 noot), 1603 (I. 6 noot), zonder titel 1603 (R. 18).

Romelingh (Roramelinck, Romeling), Patroclus —, predikant te Ruinen ( in de heerlijkheid Ruinen), 1603—'04 (I. 24 en noot), 1608 (I. 25), 1614 (I. 37).

Rossum, Reymrich van -, landschrijver van Drente, na 1576 (I. 91 noot).

Ruene, \

Ruijnen, '

Ruynen, i zie Rvne"

Ruinen, '

Ruitenberch, Vnico van den —, 1603 (R. 18).

Rvne (Runen, Ruynen, Runen, Ruene, Ruijnen, Ruinen)

—, Johan van (heer van) —, 1353 (I. 63, R. 1), 1375 (R. 2); — 1576 (I. 91)

—, Johan(na) van (vrouw van)—, j 15de eeuw (I. 4), vóór c. 1540 (I. 5), 1465 (R. 3—5), overleden 1478 (R. 6).

—, Margareta van Bernsa(u)w toe j —, 1681 (I. 8 noot c., R. 22).

—, Otto van —, minister ialis, lste | helft 12de eeuw (bladz. 4).

Rusius, Johannes (Joannes, J.) —, !

predikant te Assen, 1620(1. 152); predikant te Ruinen, 1623 (I. 26, 127), 1623—'54 (I. 152 noot), 1625 (I. 128), 1631 (I. 129), 1637 (I. 132), 1637—'40(1. 133), 1638

(I. 130), 1643 (I. 134), 1648 (I. 136).

Sande, Henderick Keilen, genaamd 1704 (R. 29).

Sasse, Stephen —, pastoor te Ruinen, 1599 (I. 22 noot), 1601 (I. 120 »)).

Sassenraat (Sassenraet), Bernard (Bernart) —, genaamd Luunink (Luijnink), advocaat, 1681 (R. 23), overleden 1697 (R. 27).

Scharff, zie Scherff.

Scheele, juffer Anna van Weluelde genaamd van —, overleden 1550 (R. 13).

—, Gaspar van —, 1550 (I. 64, R. 13, 14).

—, S. Ch. —, heer te Welevelt, 17de eeuw (I. 47 noot).

Schellardt (Schellart, Schellard)

—, Elizabeth (Elisabet) Henriette gravin van - , 1704 (I. 8, R. 28, Aanh. bij 8).

—, Frans Kaspar (Frans Caspar Adriaen, Frants) (rijks)graaf van (toe) — (toe (tot) Obbendorp (Obbendorf, Obbendorff o/'Oldendorff)), heer van Ruinen enz., 1681 (I. 8 noot, R. 22'), 23, Aanh. bij 58), 1683 (I. 51 noot), 1687 (I. 57, R. 24), 1697 (I. 8 noot,

') Zonder achternaam. ') Generaal-wachtmeester van den keizer en veldmaarschalk van den hertog van Nieuburg.