Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En weer viel hij in slaap om te verstaan Zijn andre leven in die nieuwe tonen Die kweelden hoog als nachtegalen slaan.

Hij zag zich samen met een jonge.schoone,

Zoet lachende en teer fluisterende vrouw.

Door warme zomerzon gebruind haar koonen.

Haar lokken blond en 't losse kleedje blauw. De oogen diep-donker die hem steeds aanstaarden Wijl hij zijn fluitelied aan 't suizend flauw

Zeegezang aan den gouden strandzoom paarde,

Alsof dier melodieën lieflijkheid

Zijn liefde haar nog schooner openbaarde

Dan 't speelsche kussen — zachtjes neergevlijd Elkaar omstrenglend — op gloed-geurgen wang, Haar lokken om hun beider hoofd gespreid.

Zoo zaten zij op 't duin veel dagen lang Van koelen klaren morgen wazig-blauw Tot 's avonds, en zijn jublend fluitgezang

Werd zwoeler, smeltender altijd en nauw Weerhield hij zich, wen ze op het mollige zand In 't zongoud droomrig en verliefd en flauw

Van oogopslag, hem toelonkte en haar hand Verlangend hief. Tot eens het speeltuig hem Ontzonk, en op haar wierp hij zich om dan 't

Sluiten