Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

religie is iedere staat een dor geraamte zonder leven en geest en alle denken en doen een boom zonder kruin, een zuil waarvan de kroon is afgeslagen.

Dat bij de Grieken, en in het bizonder bij de Atheners, kunst en religie de echte kinderen waren van de eeuwige schoonheid — d.i. van de volkomen menschnatuur — dat merkt men klaar als men de voorwerpen van die kunst, en met onbevangen oog de religie waarmee zij die voorwerpen liefhadden en eerden, beschouwen wil.

Gebreken en fouten zijn hier zoo goed als elders. Maar dit is zeker dat men in de voorwerpen van hun kunst toch meestal den rijpen mensch vindt. Dat is niet het kleine, niet het monsterachtige van Egyptenaren en Goten, maar menschezin en menschegedaante. Zij dwalen minder dan andere naar de uitersten van het zinnelijke en bovenzinnelijke. In het schoone midden van de menschelijkheid blijven hun goden meer dan andere.

En zooals het voorwerp zoo ook de liefde. Niet te slaafsch en niet al te vertrouwelijk! —

Uit de geestesschoonheid van de Atheners volgde dan ook de noodige zin voor vrijheid.

De Egyptenaar draagt zonder smart de tirannie van den willekeur, de zoon van het Noorden zonder tegenzin de wetsdwang, de ongerechtigheid in rechtsvorm; want de Egyptenaar heeft van het moederlijf af een vereerings- en vergodingsdrang; in het noorden gelooft men aan het reine vrije leven van de natuur te weinig om niet met bijgeloof te hangen aan het wettelijke.

De Athener kan den willekeur niet verdragen, omdat zijn goddelijke natuur niet gestoord wil zijn, hij kan wettelijkheid niet overal verdragen omdat hij ze niet overal noodig heeft.

Goed, viel mij een in de rede, dat begrijp ik, maar hoe dit dichterlijk-religieuse volk nu ook een wijsgeerig volk zijn kon, dat zie ik niet.

Zij zouden zelfs, zei ik, zonder de poëzie nooit een wijsgeerig volk geworden zijn.

Wat heeft de wijsbegeerte, antwoordde de ander, wat heeft de koude verhevenheid van deze wetenschap met poëzie vandoen?

Sluiten