Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dochter, waarop bij zijn eerste voorspelling, omtrent den goeden afloop, hij al niet onduidelijk zinspeelde, wordt volgens hem de eisch van Artemis. De aanvoerder en bondgenoot waagt het niet vóór alles vader te zijn.

Dit is de wereld waar ge in zult gaan. Te gelijk is het slachten van Iphigeneia een gebeurtenis die u in den wrok van Klytaimestra den oorsprong van het treurspel mag vermoeden doen.

De Rei die dit alles spreekt weet nog niet van het seinvuur. De reuk-offers die uit het paleis gaan, die Klytaimestra door het land zendt, verbazen hen. Zij ouden, beklagen zich nog dat zij niet mee ten strijd gingen. Zij hebben den tijd uiting te geven aan hun vroomheid, hun gevoel van menschelijkheid te uiten naar aanleiding van den dood van Iphigeneia.

Doch ook al weer: die Rei die zoo geheel en al hulpmiddel schijnt, een noodzakelijke, maar nauwelijks handelende, persoon in het drama, blijkt door die vroomheid en die menschelijkheid oneindig veel meer dan we verwacht hadden. Een voorstelling van Zeus, die geheel buiten het strijdende veelgodendom van het drama-zelf uitgaat, — en een menschelijkheid die in spijt van priester en koning het offer van een dochter als misdadig wraakt.

Door dezen Rei, optredend als een gewone tooneelpersoon, die ook, en dan wel niet als voornaamste, deelneemt aan de handeling, wordt het heele drama onder opzicht van een kontemplatieve macht gesteld. De Rei heeft een hooger inzicht, een onbedriegelijker menschelijkheid dan wie ook van de spelenden, hooger en onbedriegelijker dan een van de spelenden hebben kan. In hem, in het beginsel van niethandeling, maar beschouwing, dat hij in zich draagt, vinden al de handelenden tegelijk hun verklaring en hun veroordeeling.

Als het karakter evenwel dat beschouwende, aan de handeling deelneemt, is de Rei de dichter-zelf: hij is volkomen lyrisch: een lyriek dus, ontvonkt aan het onderwerp van de handeling.

Wanneer men nu bedenkt dat deze lyriek, die tot de stoutmoedigste ter wereld hoort, den klankenrijkdom en de gemakkelijke vervormingen van grieksche woorden tot

Sluiten