Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereiking van haar indruk had, en dat Boutens bedoelde door middel van nederlandsche woorden dien indruk terug te geven, — dan zal men het begrijpelijk vinden dat hij rijmloos met rijmend afwisselde, en in het vormen van samenstellingen tot de grens ging van het waagbare, en, in het kort, niets verzuimde wat het nieuwere nederlandsche vers tot uitdrukking van krachtigen en stoutmoedig-beeldenden hartstocht dienen kan.

Mij komt het voor dat zoowel van rijm als van woordvorming dit koor reeds schoone voorbeelden oplevert. De strofe over den geroofden vogel, zoowel als die over den ouderdom, ontleenen aan hun rijmen wezenlijke schoonheid. Op menige plaats is 't het rijm dat bekoring of vastheid aan den volzin geeft. En om de voortreffelijkheid van de woordvorming te genieten behoeft men maar de beschrijving te lezen van Iphigeneia toen zij geofferd werd. Woord voor woord is daar nieuw en meesterlijk: de schoongeboegde mond alleen al is een aanwinst.

Bekoring en vastheid, zei ik. Dat in de vertaling van een zoo hoog-gestemd en overvol gedicht het vers die beide eigenschappen voortdurend heeft, bewijst sterker dan iets anders welke deugdelijke vermogens Boutens in de uitvoering

van dit werk met zich bracht.

* *

*

Zoodra Klytaimestra uit het paleis treedt toont zij de kracht van haar gestalte en van haar persoonlijkheid. Want wat anders dan de kracht van haar gestalte openbaart zich in de beschrijving van den gang dien het vuursignaal nam naar Argos. Wat voor bewijs hebt ge dat Troje gevallen is? Droomde ge 't soms? Wanneer was het dan? Wie bracht u zoo snel de tijding? En Klytaimestra antwoordt:

Vuur was postmeester, de eene baak gelastte de aêr Hierheen. Eerst Ida seinde naar Hermaions rots Op Lemnos. Als derde, over van het eiland, nam Zeus' steile zetel Athos 't groote vuursignaal.

Sluiten