is toegevoegd aan je favorieten.

Aischylos' Agamemnoon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet anders dan op purperen tapijten zijn paleis binnenga, — het is alles brutaal en opzettelijk, en dit weet ze zelf. Ze weet het zoozeer dat ze beginnende te spreken van haar leed over Agamemnoons afwezigheid haar gemis aan schaamte en schuwheid verontschuldigt: zeker teeken van voorwending en bevangenheid. Haar man vindt die rede dan ook lang, en dat plan van die tapijten dwaasheid. Als hij haar toegeeft in dien wensch is het uit welwillendheid, en misschien om haar gunst te winnen voor Kassandra. Kassandra, dochter van Priamos, is als deel van den buit aan hem toegewezen. Zij, wie Apollo de voorzeggings-gaaf verleende, maar omdat zij hem niet te wille was er het verdriet aan verbond dat niemand haar geloofde, zij speelt, staande op haar wagen, een groote rol in dit treurspel, den dood van Agamemnoon en haar eigenen voorspellende terwijl hij wordt voorbereid. Voor Klytaimestra is zij alleen een van haar mans liefjes, »die dezelfde plank van 't dek sleet naast hem." Door dezen haat verraadt zich dat de oorzaak van haar daad niet enkel is wrok over den dood van Iphigeneia, maar herinnering van liefde. Het beeld van de vrouw wordt er volledig door. Maar terwijl zij, met dien haat uit liefde, en leugenachtig, Agamemnoon dooden wil, zingt de Rei onverstoorbaar het koor van de verderf brengende Helena: »Weg van andren woon ik eenzaam In mijn meening dat een boos stuk Immer nieuwe misdaan voortbrengt," en heeft oprecht en vrij geen andere begroeting voor zijn koning dan dat de laakbare tocht naar Troje hem nu alleen niet meer verweten wordt, omdat hij als overwinnaar is teruggekeerd. Het mogelijke, het waarschijnlijke, het onafwendbare van het onheil dat over Agamemnoon komt, is evenzeer in den Rei als in Klytaimestra. Niet enkel de elementen die wij al kennen, maar de eerste schuld van den stamvader van het geslacht eischt bloed. De Erinyen van het geslacht, waarzegt Kassandra, hokken in 't paleis, »heffen breed-gezeten in zijn zalen 't lied Van de eerste schulddaad, — in den beurtkeer vloekten zij Het broederbed dat wraak dreigt aan den broer die 't schond." En nog een andere bloedschuld: dat Atreus zijn broeder