Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zullen wij afteweren pogen ziektes kwaal Door branden of insnijden voor zijn eigen best... Nu ondertreed ik 't dak van mijn haard-eigen huis.

Heft eerst de rechter biddend tot de goden op.

Die mij uitzonden en weer hebben thuisgebracht — En blijve zege daar zij meekwam, bodemvast!

Kiytaimestra komt op uit het paleis.

KLYT Mijn mannen burgers, der Argei'ren eerbetoon,

-AIME 'k Zal mij niet schamen voor u uittespreken mijn -STRA Manlievende aard en wijzen. Met den tijd ontslinkt

Schuwheid den menschen. Niet van anderen vernam 'k

Wat ik ga zeggen, 't moeilijk leven dat ik droeg.

Ikzelf, zoo lang als dees man lag voor Ilios.

Vooreerst is voor een vrouwe zitten in haar huis

Eenzaam en manverlaten lijden gruwelijk;

Als de ééne boö nauw inkomt, dringt zich tweede bij

Met ramp den huize kwader nog dan 't eerste kwaad, —

En als zoovele wonden opgevangen had

Dees man als door kanalen van gerucht naar huis

Vloeiden, meer dan een net doorluchtig noemde ik hem;

Waar' hij gestorven als veelvuldge tijding ging,

Dan kon, drielijvig als een tweede Geryoon,

Hij boven zich wel — 'k spreek niet van het gravebed —

Zijn eigen roemen een drievoudig aarden dek,

Eens minst in elkeen dier gedaanten omgebracht.

Om zulk herhaaldlijk smart-uitbrekend onheilsnieuws

Hebben veelmalen van mijn ingesnoerden hals

Andren de strikken losgemaakt tegen verzet.

Daarom ook staat uw zoon niet hier en nevens ons,

Bevestger van den trouwbond tusschen mij en u,

Zooals betaamde, Orestes. Doch ontrust u niet.

Want plegen doet hem ons trouwhartig bondgenoot,

Strofios in Phocis, die mij hier vóórspreken kwam

Van rampen dubbeldreigend: éenszijds uw gevaar

Voor Ilios, dan als volk-rumoerend oproer mocht

Opzet beramen; immers meêgeboren is 't

Den menschen wreeder nog te trappen die al viel...

Zulk een rechtvaardging veelt geen masker van bedrog. —

En mij, mij zijn de gulle wellen van geween

Gestelpt en zanddroog, daar is niet éen druppel in.

Laat-slaapgaande oogen leden schade van hun glans

Als ik om u wachtweende naar uw fakkelsein

Dat altijd uitbleef. En in droomen waakte ik door

Sluiten