Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die boeide en sleepte al door zijn blijheid van geluid — Gij met uitdagend kindsch geblaf wordt zelf geboeid Gesleept; door macht gekneveld blijkt gij tammer wel.

at over mÜn Argeiers gij tyran zoudt zijn!

Die toen gij t doodslot tegen dezen hadt beraamd, J:11 werk te doen' zelf-moordend, nimmer hebt gedurfd' , ,r hem belisten blljkllj'k werk was van de vrouw, -1 HU» Doch ik als oergeboren vijand was verdacht

Nu uit des dooden schatten onderneem 'k bestier Over mijn burgers; ongehoorzaam onderdaan ■k Houd onder zwaar juk, niet als een jong renpaard hem Dartel van haver. Honger die tezaam huist met Het wangeliefde donker, ziet hem weldra mak' RLI Maar hoe moeilijk niet te dreigen, doch te doen is, merkt gij ras' pitt r!P' bemlnde wapenmakkers, hier is werk voor u op-hand'' RLI Op, gevest-ter-hand, breng ieder 't zwaard in den gereeden stand! Rvr' v' °? ^evest-ter-hand, niet weigeren den dood te zien' ,K j' «iet?-Dat ze8t ge aan blij-bereiden. Kansen luk verkiezen wij

ATMP n 'flk°nï|' V van mannen liefste' niet bedrijven verder kwaad! 'Sï : °0cl? 00k dlt vele ln te zaamlen was al zielbedroevende oogst -b 1 KA Leed genoeg is in ons schuren. Gaan niet dieper wij in 't bloed'

Treed èn gij en deze grijzen elk naar 't lot-gegeven huis

Ler gij lijden moogt ontijdig. — Wat wij deden moest gedaan!

Ln wanneer van rampen 't keertij komen mocht, wij

r> , , . nemen 't aan

Op ons beurt onheil-geslagen door des daimoons zwaren

r» 4. 1 r klauw. —

')at heeft u een vrouw te zeggen als gij 't leerenswaardig keurt.

Past hun tegen me uit te bloeien de ijdelheden van hun ton- ? VT VT n" g0d verzoekend» zulke dreigementen uitteslaan? pvt ^ ,een- heerscher saam met andren falen in bezonnenheid? K I Zoudt gij van Argeiers wachten vleien van laaghartig man?

XT-' Vln ln later dagen zeker u een ander keer'

RLI Niet wanneer de god Orestes hier terug te keeren stuurt!

RFT S bannelingen zich aan hopen doen te -oed

REI Blaas u rustig op, bezoedel recht, nu 't ongehinderd gaat! ' AIG. Weet, gi, zult mij boeten geven, dezer uwer dwaasheid loon!

KT VT «w °nbev':eesd te Pronken als een haan terzij zijn hen!

'• Schat nlet al te hoog dit ijdel hondenblaffen! Ik en gij

Zullen alles schoon berechten heerschend in dit koningshuis.

Sluiten