Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaste jaarlijks te betalen grondrente. En voor dit gernis aan vrijheid behoort vergoeding te worden geschonken. Hem zal intusschen zeker genoegzaam recht gedaan worden, wanneer de door hem op te brengen uitkeering tot 4V» % der aan ;de heffers uittekeeren schadeloosstelling wordt teruggebracht.

De Commissie heeft geen voorstel gedaan om de aflossing der grondrenten bij wege eener annuiteit te doen plaats vinden. Wel zou op die wijze de last der aan het Rijk verschuldigde grondrenten, geleidelijk en schier ongemerkt, van de daarmee bezwaarde vroeger tiendplichtige gronden kunnen worden opgeheven Doch daartegenover staat het niet te miskennen bezwaar, dat, zoo de annuiteit althans op een korten termijn werd gesteld, het daardoor ook zooveel grooter bedrag der vaste, jaarlijks aan rente en aflossing te betalen som, in ongunstige jaren, voor de plichtigen wel eens te drukkend zou kunnen worden. Bovendien heeft iedere annuiteit, onverschillig op welken termijn ze is berekend, voor den plichtige nog dit bedenkelijk gevolg, dat hij, die op zoodanigen voet tot delging zijner schuld is verbonden, bezwaarlijk ook tot een vervroegde aflossing daarvan kan worden toegelaten.

Een en ander heeft de Commissie tot de overtuiging geleid, dat, ook in het belang der plichtigen, de voorkeur verdiende eene regeling, als in art. 15 van het door haar voorgesteld wetsontwerp is vervat, volgens welke de aan 's Rijks schatkist verschuldigde tiendvervangende grondrenten, steeds tegen betaling van heur vijfentwintigvoud, door de eigenaars der daarmee belaste perceelen zouden kunnen worden afgekocht. Bij eene zoodanige regeling toch zal vooreerst aan iederen belanghebbende volledige vrijheid zijn verzekerd, om de van zijn land aan den Staat verschuldigde grondrente, juist zoo lang of zoo kort daarop te laten bestaan, als hem dat in zijn belang wenschelyk mocht voorkomen. Maar uit die algemeene bevoegdheid tot afkoop laat zich, bij eene algemeene daling van den rentestand, ook nog dit gunstig gevolg voor de eigenaars der grondrente plichtige gronden verwachten, dat de Staat, na eene voordeelige conversie der door hem zelf oorspronkelijk tegen hoogeren interest aangegane schuld, uit eigen beweging het bedrag der hem toekomende tiendvervangende grondrenten dan wel eene evenredige vermindering zal doen ondergaan.

De grondrente, waarvan hierboven sprake was, zal slechts worden gelegd op die voorheen plichtige gronden, welke in de laatste dertig jaren tot het kweeken van akkervruchten zijn aangewend. Van landen, die gedurende het genoemde tijdperk daartoe niet zijn aangewend, zal in plaats van de vroegere tiendplichtigheid geene grondrente verschuldigd zijn.

Hiermede is de Commissie genaderd tot de materie der slapende en novale1) tienden.

') Voor de beantwoording der vraag, wie tot de novale tienden gerechtigd is, zy hier verwezen naar het belangrijk historisch overzicht, daaromtrent voorkomende op bl. 136 — 164 der verhandeling over „Het Oude Tiendrecht" (Leiden 1899) van Mr. J. Kosters. De Commissie had het groote voorrecht dat de kundige schrijver van dit verdienstelijke boek, b\j de uitvoering van schier elk onderdeel harer taak, als adjunct-secretaris haar ter zijde heeft willen staan, en als zoodanig ook de bewerking van dit geheele Verslag in hoofdzaak op zich heeft genomen.

Sluiten