Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren nimmer met tiendplichtige vrucht zijn beteeld geweest, wordt de daarvan anders nog te verwachten, gemiddeld-jaarlijksche, zuivere tiendopbrengst gevonden door schatting, waarbij in aanmerking zullen genomen worden zoowel de grootte en hoedanigheid van elk perceel, als de tijd en de wijze zijner bebouwing, alsmede de meerdere of mindere waarschijnlijkheid, dat en in hoeverre het perceel in de naaste 30 jaren met tiendplichtige vrucht anders nog zou worden beteeld.

Abt. 9. Ter bepaling der van eenigen krijtenden tiend anders nog te verwachten, gemiddeld-jaarlijksche, zuivere opbrengst aan geld, zal aan de bepalingen der artikelen 5 tot en met 8 eene zoo nabijkomend mogelijke toepassing worden gegeven.

Abt. 10. Voor publiekrechtelijke lichamen en voor vereenigingen of vennootschappen hetzij met of zonder rechtspersoonlijkheid, welke tiendrechten hebben verkregen, omtrent wier uitoefening kan worden aangetoond dat tusschen heffer en plichtigen eenig overleg heeft plaats gehad, waarbij eerstgenoemde als zijn bepaalde bedoeling te kennen heeft gegeven, den hem toekomenden tiend niet meer te zullen doen gelden, zoodra als uit de opbrengst daarvan, behalve de gederfde of verschuldigde rente, ook de hoofdsom der kosten van verkrijging zou zijn terugontvangen, zal de schadeloosstelling bestaan in de vergoeding van zoodanig bedrag van die kosten, als bij het in werking treden dezer wet nog niet uit de opbrengst van gemelde tiendrechten gedelgd kan worden geacht.

De bestuurders van bovenbedoelde instellingen zijn verplicht aan de na te noemen Tiendcommissie volledige inlichting te verstrekken omtrent het bedrag, dat van evengenoemde kosten uit de tiendopbrengst nog niet als gedelgd kan worden beschouwd.

Abt. 11. Voor elk perceel, waarvan is gebleken dat het door het in werking treden dezer wet van tiendplicht is ontlast, zal de schadeloosstelling, welke deswege is verschuldigd, opeischbaar zijn nadat tenminste dertig dagen zijn verloopen na den onder letter a van art. 63 bedoelden dag, sinds welken het bedrag daarvan in hoofdsom vaststaat.

Zij wordt ter plaatse, door Onzen Minister van Financiën nader aantewijzen, uitbetaald in geld, tenzij de rechthebbende mocht wenschen dat het hem toekomend bedrag worde uitge keerd in inschrijvingen op een van de Grootboeken der Ned. Werkelijke Schuld, berekend tot een door Onzen voornoemden Minister nader vasttestellen koers.

Sluiten